Beste lezer,
Het volgende
hoofdstuk van DE GROTE DROOM wordt voorgelegd voor jouw beoordeling in de vrees
voor God en in de zekere overtuiging dat het nog aanpassing nodig heeft. HET
“EVANGELIE” VAN OVERGAVE is vele keren aangepast sinds het voor de eerste keer
is geschreven in 1991 en het wordt nog steeds opnieuw in hoop en vrees in
ogenschouw genomen.
De onderwerpen
die hier behandeld worden raken het hart en het leven van iedere Christelijk
gelovige op een manier als geen ander hoofdstuk van DE GROTE DROOM doet… een ontnuchterende
overdenking over het verschil tussen de levens die we feitelijk leven en de
levens die we hoopten te leven als Christenen. Zij van ons die hebben gewerkt aan
HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE zijn vaker heen en weer geduwd tussen hoop en
wanhoop dan we kunnen herinneren, want tijdens het schrijven van dit hoofdstuk
worden we gedwongen rekenschap af te leggen van onze eigen onopgeloste
problemen en onvervulde verwachtingen. Omdat we het niet kunnen helpen ons eigen
falen in deze zaken te herkennen, en in het licht van onze eigen hoop op
vooruitgang in deze zaken, verzoeken we je ons toe te laten een verschil te
maken tussen dit hoofdstuk en elk ander in DE GROTE DROOM: er bij je op
aandringende om te allen tijde de geest van verslagenheid te verwerpen: als je
na het lezen van dit je voelt alsof je wordt overweldigd door dezelfde
godslasterlijke LEUGEN waar we naar streven om die te weigeren en te verwerpen.
HET
“EVANGELIE” VAN OVERGAVE is, net als elk ander hoofdstuk in DE GROTE DROOM, een
beschrijving van De Grote en Uiteindelijke Afval van het Christendom.
De specifieke fout die hier beschreven wordt, kan gevonden worden in het hart
van elke man en vrouw die ooit gewanhoopt heeft voor God’s hulp; en kan heel
goed de wortel zijn van waaruit elk voorval van terugval, elke manifestatie van
ketterij, en elke handeling van afvalligheid is gegroeid. Wat je op het punt
staat te lezen zal voor niemand nieuw zijn; het is niet moeilijk en is
duidelijk voor iedereen. De lengte van dit hoofdstuk en de herhaling van zijn
vorm wordt niet gerechtvaardigd door het onderwerp, maar is vereist door ons algehele onvermogen om de volle betekenis van deze woorden
van de Profeet Maleachi onder ogen te zien:
Maleachi
3:13-18 UW WOORDEN ZIJN TEGEN MIJ TE STERK GEWORDEN, zegt de HEERE; maar gij zegt: Wat hebben wij tegen U gesproken?
14 Gij zegt: HET IS
TEVERGEEFS GOD TE DIENEN; want wat nuttigheid is het, dat wij Zijn wacht
waarnemen, en dat wij in het zwart gaan, voor het aangezicht des HEEREN der
heirscharen?
15 En nu, wij achten de hoogmoedigen
gelukzalig; ook die goddeloosheid doen, worden gebouwd; ook verzoeken zij den
HEERE, en ontkomen.
Het “Evangelie” Van Overgave
Jezus zei:
Matt. 11:12 … van de dagen
van Johannes den Doper tot NU toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld
aangedaan, en DE GEWELDIGERS (Grk: sterke
man, geweldenaar) NEMEN HETZELVE MET
GEWELD.
Onze Here
Jezus Christus zegt duidelijk dat de komst van Johannes de Doper een
VERANDERING aangaf in de manier waarop geestelijke autoriteit en de voordelen
van het deelnemen in de heerschappij van God verkregen wordt. In het verleden
werden de voordelen van leven onder de bescherming van God verkregen door
onderwerping aan de wet van Mozes en acht slaan op de profeten. MAAR, niemand
werd ooit uitgenodigd om vrijwilliger te zijn voor het priesterschap of het
ambt van een profeet. Het priesterschap werd enkel verkregen door geboorterecht
en afzondering: “vrijwilligers” werden nooit toegestaan (Heb. 5:4, Num.
16:9-11). Het ambt van de profeet was ook een zaak van God’s eigenmachtige keus
en toewijzing (Amos 7:14-15, Jona 1:1-3, 3:1-2). MAAR NU worden het recht en de
kracht om te spreken voor en handelen namens God verkregen door de geweldigers.
Door te zeggen
dat de geweldigers het Koninkrijk der
hemelen nemen MET GEWELD ontkent Jezus dat Goddelijke autoriteit, kracht en
bevestiging OOIT toegekend zullen worden aan hen die een soort van PASSIEVE
BELIJDENIS aan de Christelijke Leer of de noodzaak in God te geloven maken. Evenmin
zal een PASSIEVE OVERGAVE aan het “lot” (zelfs wanneer het voorzienigheid wordt
genoemd) ooit gelijkgesteld worden aan geloof in God. Die “gewelddadige” personen waar Jezus naar verwijst, zijn zij die geloven dat God… is, en een beloner is dergenen, die Hem zoeken (Hebr.
11:6). Maar zij die HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE omhelzen, denken dat wanneer
ze eenmaal aanbeland zijn bij een bepaalde versie van Christendom,
alles dat nog rest is om het te vertegenwoordigen en verdedigen, zelfs wanneer
tragedies, mislukkingen en verliezen telkens bewijzen dat God niet
geïnteresseerd is in de bevestiging ervan. Zij GAAN NIET DOOR Hem te zoeken, omdat, ondanks wat ze bereid zijn te “belijden” over deze
dingen, zij NIET werkelijk geloven dat er IETS MEER te VINDEN is.
De “geweldigers,
die het Koninkrijk der hemelen nemen met
geweld”, zijn zij die geloven in de realiteit van geestelijke dingen, die zullen
HANDELEN in overeenstemming met wat ze ZEGGEN te geloven, maar altijd bereid
zijn te leren en veranderen, eerder dan tevreden te zijn met een religie die
God niet in het openbaar vergeldt
(Matt. 6:6). Zij zullen NIET afgebracht worden van hun streven naar alles dat
God heeft beloofd, niet door ENIG falen, echt of ingebeeld, om elke zegening te
ontvangen waarvan de Bijbel zegt dat we die kunnen en zouden moeten ontvangen.
Lukas 16:16 De wet en de
profeten zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het
Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve (dringt zich erin).
Jezus ontkent ook dat iemand het koninkrijk van God kan binnengaan door zo nu en dan Gij zijt de
Christus, de Zone Gods (Lukas 4:41) te mompelen, als ze verder gaan met hun
zaken. Maar zovelen
Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht (Grk. EXOUSIA: recht, privilege, autoriteit) gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam
geloven (Joh. 1:12). Maar we weten allemaal dat sommige mensen Hem aannemen op een manier die hen
uiteindelijk niet redt: ze noemen Hem Heer,
Heer, maar op het einde zegt Hij tot hen Ik heb u NOOIT gekend (Matt. 7:21-23).
Wanneer een
man eenmaal er van op de hoogte is gebracht dat er zoiets is als een Koninkrijk van God, moet hij er met geweld binnenkomen. Iedereen die als
Jood was geboren, was automatisch onder het Mozaïsche Verbond en er was niets
voor hem om met geweld in te gaan,
maar enkel iets om aan TE ONDERWERPEN. Dit is niet zo voor Christenen, want hetgeen uit het vlees geboren is, dat is
vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest (Joh. 3:6).
Niemand is automatisch een Christen enkel omdat ze geboren zijn in een
Christelijke familie of in een Christelijke natie, en een iegelijk is BUITEN het koninkrijk van God TOTDAT hij of
zij er met geweld ingaat. Jezus zei ook Strijdt
om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in
te gaan (op een andere manier), en
zullen niet kunnen (Lukas 13:24). Maar zij die HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE
omarmd hebben, denken dat er al “in”
zijn, of ze nu wel of niet enige strijd
geleverd hebben om in te gaan door de
enge poort! Maar wilt gij weten, o ijdel mens, dat het geloof zonder de werken
dood is? (Jak. 2:20)
De Wet
vereiste alleen dat je ruimte maakte voor een set van religieuze leerstellingen
en regels voor gedrag, want de wet heeft
geen ding volmaakt, maar de aanleiding van een betere hoop, door welke wij tot
God genaken (Heb. 7:19). Door te zeggen dat de wet en de profeten zijn tot op Johannes heeft Jezus het
einde van dit Verbond aangekondigd. De nieuwe aankondiging was, en is, “Bekeer u, en GELOOFT, het Evangelie”
(Markus 1:15). Als voor jou Christendom teruggebracht
is tot een serie verplichtingen waaraan je moet voldoen, terwijl je een serie
leerstellingen naar voren brengt en verdedigt die geen werkelijk effect op je
leven hebben, dan heb je gekozen voor HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE.
HET
“EVANGELIE” VAN OVERGAVE is die “versie” van Christendom,
zo gemeengoed vandaag de dag, die elke mens vertelt uit te zien naar minder dan
de vervulling van AL dat God beloofd heeft, tevreden te zijn met minder dan
een “held van rechtvaardigheid” te zijn, NET ALS DE HELDEN VAN DE BIJBEL: om al
de normale ellende en pijn van de mensheid als onvermijdelijk te aanvaarden,
ONGEACHT HOE TROUW JE BENT AAN GOD. HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE is die
ongelovige conclusie die ons confronteert na ons falen: een conclusie die God’s
beloften tegenspreekt (2 Cor. 1:20), God’s trouw betwist: en waarin OVERGAVE aan
ziekte, tragedie en onbeantwoord geloof het label moet
krijgen van de “deugd” van doorzetting.
De bereidheid om bepaalde specifieke leringen te vertegenwoordigen en te
verdedigen, zelfs wanneer God NOOIT het
woord bevestigt door tekenen, die daarop volgen (Markus 16:20), en de
bereidheid om verwerping, laster en vervolging te lijden voor deze zelfde
vruchteloze leringen wordt beschreven als “trouw”. De levende hoop op
overwinning OVER het slechte van dit leven valt stil in slaap en wordt dan
vervangen door een zoektocht naar overwinning ONDER het slechte in het leven.
Niet langer verwachten we om gered te worden van ALLE ziekte, zorgen en tragedie,
dus sluiten we onze ogen en hopen we dat we de slagen door zullen komen. Niet
langer denken we dat we “rechtvaardiger” kunnen worden door te strijden tegen de zonde (Heb. 12:4),
dus we troosten onszelf met de hoop op God’s vergeving, zelfs wanneer de ons omringende zonde (Heb. 12:1) doorgaat
zijn tol te eisen op onze levens. Niet langer hopen we NET ALS de grote mannen
en vrouwen van de Bijbel te worden, dus stellen we ons tevreden met de gedachte
dat zelfs matige presteerders naar de hemel kunnen gaan. HET “EVANGELIE” VAN
OVERGAVE wordt uiteindelijk een excuus om lauw
(Openb. 3:16) en teruggevallen te leven: want onder
deze bereidheid om tragedies, falen en verliezen te accepteren, die enkel
verondersteld worden de slechten te overkomen,
sluimert het idee dat jouw strijden
om een toegewijd en heilig leven te lijden geen indruk maakt op God; en dat
ongeacht wat je doet er geen zekere ontsnapping is van de vele slechte dingen
die het menselijk ras gewoonlijk plagen.
MAAR,
de Bijbel zegt:
Psalm
91:8-10 ALLEENLIJK zult gij het MET UW OGEN
aanschouwen; en gij zult de vergelding der goddelozen zien.
9 Want
Gij, HEERE! zijt mijn
Toevlucht! Den Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw
Vertrek;
10 U ZAL GEEN KWAAD
WEDERVAREN, EN GEEN PLAGE ZAL UW TENT NADEREN.
En omdat ons verteld wordt dat
Christenen een beter verbond en betere beloften (Heb. 8:6) hebben,
zouden we niet MINDER moeten VERWACHTEN dan beloofd is aan degenen die van de Heere hun toevlucht hebben gemaakt in de oudere tijden.
Maar nu leven we in de dag waarin
mensen geloven dat “een theologie samenstellen” op de een of andere manier
antwoordt aan de buitengewone dingen die onze Here Jezus Christus ons
aangeboden heeft, en aan de WAARSCHUWINGEN die Hij geuit heeft aan degenen die
niet wilden DOEN zoals Hij zei, EN
HIJ ZEI…
Matt.7:26-27 En
een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand
gebouwd heeft;
27 En de slagregen is nedergevallen,
en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, EN
ZIJN VAL WAS GROOT.
Maar, O! Kijk uit! De zelfaangestelde “verdedigers” van de genade van
God schreeuwen “Maar niemand wordt gered door
werken!”. Ze willen mij, en jou, er aan herinneren dat dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem,
dien Hij gezonden heeft (Joh. 6:29). Ze zijn zo wanhopig hun “theologische
conclusies” te verdedigen, dat ze bereid zijn Christus Zichzelf te laten
tegenspreken en, NATUURLIJK, kunnen ze zich alleen de schriftgedeelten
herinneren die hen schijnen te bevrijden van de noodzaak om te gehoorzamen of
iets te ontvangen. Maar Jezus zei Wat
noemt gij mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik
zeg? (Lukas 6:46)
Iedereen
vandaag de dag weet dat het woord “evangelie”
betekent “GOED NIEUWS”: maar het is precies wat nu
gewoonlijk “het goede nieuws” wordt genoemd, wat de leer van de afval IS. Het
“goede nieuws”, zeggen zij, is dat ALLES AL GEDAAN EN VOLBRACHT IS; en daarom:
HOEF JE NIETS TE DOEN!!! Het “goede nieuws”,
zeggen zij, is dat ABSOLUUT NIETS OOIT VAN JE VEREIST ZAL WORDEN, omdat redding
een “vrije gave” is. Verder waarschuwen zij je dat als iemand denkt dat
bepaalde veranderingen, offers of daden van gehoorzaamheid nodig zijn voor HUN
EIGEN redding, zij proberen gered te worden door “werken”; en daarvoor zijn zij
dubbel veroordeeld. Dit idee: dat God iedereen totaal vergeven, geaccepteerd en
bevestigd heeft die alleen wil ZEGGEN dat Jezus Christus de Zoon van God was en
dat Hij stierf voor onze zonden, is een ABSOLUTE TEGENSPRAAK met wat Jezus Zelf
over deze dingen te zeggen had.
Jezus zei:
Markus 9:43 En indien uw hand
u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan,
dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk
vuur;
De genade van
God die ons redt, staat ons NIET toe tot
het leven in te gaan of we nu de ergerende
hand afgehouwen hebben of niet: maar IS die openbaring van waarheid die ons
BEREID en IN STAAT maakt om ALLES af
te houwen wat tussen ons en redding
in de weg staat. Let op wat Jezus hier zegt: iemand kan VERMINKT tot het leven ingaan. Dat wil zeggen, iemand kan bekeerd
worden en tot het EEUWIGE leven ingaan (gered worden) terwijl
hij kreupel of verminkt is. Dit kan
geen verwijzing zijn naar het uiteindelijke naar de hemel gaan, want er zijn
geen verminkte mensen in de hemel,
en niemand die hoort tot de opstanding
der rechtvaardigen (Lukas 14:14) zal opgewekt worden in een verminkt lichaam. Jezus
zet het GERED worden ten koste van een hand
tijdens dit leven tegenover de twee handen hebbende, in te gaan in de hel.
Deze woorden van Jezus, en vele meer zoals deze, WEERSPREKEN het idee dat
iemand tot het leven kan ingaan door slechts
“geloofsbelijdenissen” en “leerstellingen” te onderschrijven.
En ook, toen
Jezus tegen de Rijke Jongeling zei Zo gij wilt volmaakt (compleet) zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult
een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij (Matt. 19:21),
toen LOOG HIJ NIET TEGEN DEZE MAN. Zou je durven te suggereren dat als deze man
Jezus gehoorzaamd had, en PRECIES gedaan had wat Jezus hem verteld had, dat de
Heer hem dan veroordeeld had voor het proberen gered te worden door werken?
Waar we het hier nu over hebben, is…
De Protestantse Fout
Er zijn altijd mensen geweest die
wanhoopten voor God’s hulp, maar pas sinds de Reformatie is er een “officiële
leer” geweest die overgave in de Heiligen bevordert. In hun doel het idee
ongeloofwaardig te maken dat iemand “zijn plaats in de hemel zou kunnen
verdienen” door deelname aan ceremonieën, vasten en het kopen van aflaten,
eindigden de Hervormers er uiteindelijk in te impliceren dat God GEEN achting
heeft voor volharding en heldhaftige gehoorzaamheid. Zij die op zoek waren naar
een reden om hun ongelovige angsten en hun gebrek aan dienstbaarheid te
rechtvaardigen, HIELDEN GEWOON VAN DIT IDEE en DAARDOOR werd het populair om
hen te waarschuwen die in extremen gingen om Zijn wacht waar te nemen, en in het zwart te gaan, voor het aangezicht des HEEREN der heirscharen (Mal. 3:14), dat
zij gevaar liepen verworpen te worden door God voor zelfrechtvaardiging!
De soevereiniteit van God in alle zaken
van bekering en heiliging werd op zo’n manier
gepresenteerd dat ALLES “God’s schuld” wordt: voorzover dat elk persoonlijk
falen en voorkomende zonde toegeschreven kon worden aan een gebrek aan God’s
liefde. Hoe vaak hebben we dingen horen zeggen als:
“Bij de genade van God, daar ga ik”,
als een
uitleg voor waarom we niet zo verdorven of gebonden door zonde, ziekte en
tragedie zijn als sommige andere mensen? God werd VERANTWOORDELIJK gehouden
voor het mensen verplichten berouw te tonen en het beter te doen: DAAROM werd
hoopvol verondersteld dat God de consequenties van enige zonde die we
gewoonlijk begaan zou onderdrukken of verminderen. En dan, als zo’n
mens het lijden ziet van de consequenties van diens zonde, kan hij niet
ontsnappen aan de natuurlijke conclusie dat God hem laat lijden of maakt dat
hij lijdt voor het falen voor een test waarvoor “genade” hem niet in staat
stelde om daar doorheen te komen (1 Cor. 10:13). Maar
zo’n conclusie maakt God tot een wrede en
verraderlijke tiran die meer van ons eist dat Hij ons in staat stelt om te doen
EN ONS DAN STRAFT VOOR HET FALEN DAT TE DOEN!: en hieraan toe te geven
vernietigt elk voorwendsel van godvruchtigheid. De noodzaak tenminste
nog een façade van religie op te houden vereist dat hij “aardige dingen” over
God ZEGT en zijn bittere en verbolgen vermoedens verbergt, zelfs als die vast
verschanst blijven zitten in zijn hart als onvermijdelijke conclusies. Als een
man bang is God openlijk te beschuldigen; niet in staat op te houden God in
zijn hart te beschuldigen; en NIET BEREID het feit onder ogen te zien dat dit
zo is, dan heeft hij geen keus dan te hopen dat zijn bereidheid om “de beul te
vleien” hem nu wat genadigheid oplevert, en later een reis naar de hemel. Om
deze “sprong” van godslastering naar vleierij te maken, worden zij die HET
“EVANGELIE” VAN OVERGAVE omarmen “apathisch” en rekenen hun problemen tot
gewoon “hun eerlijk aandeel” van de normale ellende van de mensheid, waaraan
NIEMAND, zo benadrukken zij, kan of zal ontsnappen. Evenmin zal hij erkennen
dat zijn koppige weerstand tegen correctie in enige andere zaak, hoewel niet
duidelijk verbonden met zijn huidige probleem, de Heilige Geest zodanig kan
kwetsen dat hij “dit” niet kan ontsnappen totdat hij “dat” beleden heeft. De
Apostel zegt, Een weinig zuurdesem
verzuurt het gehele deeg (Gal. 5:9), maar zij die HET “EVANGELIE” VAN
OVERGAVE omarmen, geloven dat een “weinig”
zuurdesem slechts een “klein”
probleem kan veroorzaken.
Uiteindelijk
is dit de man die God vleit met zijn mond terwijl hij het Hem kwalijk neemt en
Hem beschuldigt in zijn hart, en de belangrijkste leer van zijn geloof is een
definitie van “genade” die hem excuseert van de verplichting te leren,
veranderen of berouw te tonen van WAT DAN OOK. Maar NEE! Hij kan zelfs daaraan
niet trouw zijn: want terwijl hij weigert om “geplaagd” te worden door woorden
van mij of enig ander mens, is hij altijd bereid “berouw te doen” van iets
zodra het duidelijk wordt dat verdere koppigheid direct beloond zal worden met
de wraak van mensen, of ziekte tot gevolg heeft, of eindigt in materiële
verliezen.
En
dan, omdat God alleen verantwoordelijk werd gehouden om ons te “inspireren”
goede werken te doen, kan elke poging om de leringen en geboden van Jezus
Christus te gehoorzamen, die niet min of meer vanzelf gaan, bestempeld worden
als een poging tot “zelf-rechtvaardiging”. De volmaakte
rechtvaardigheid van Christus werd gepresenteerd als de ENIGE rechtvaardigheid
die ENIGE betekenis hoe dan ook heeft in God’s ogen, en zij zouden zeggen,
“Niets kan er aan toegevoegd worden, of er van weggenomen worden”. En omdat het
veilig voelde en nederig leek om te benadrukken dat niemand ooit zo
rechtvaardig als Christus kon worden tijdens dit leven, werd elke VRIJWILLIGE
poging om praktische rechtvaardigheid te bereiken beoordeeld als zinloos, zo
niet aanmatigend. En, zoals ik eerder zei, elke poging om “meer rechtvaardig te
worden” door aanhoudende pogingen of heldhaftige gehoorzaamheid werd verworpen:
en zij die zulke dingen deden, werden BESCHULDIGD VAN HET ONTKENNEN VAN DE
GENOEGZAAMHEID VAN GOD’S VOORZIENING IN CHRISTUS. Deze vroom klinkende
uitlatingen, die beweren God te eren door de rechtvaardigheid van Christus te
maken tot de verloochening van elke poging om te wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft (1 Joh. 2:6), werden het
nieuwe “volks motto”: en iedereen die het waagde deze stellingen in twijfel te
trekken, werd luidruchtig verworpen door de verdedigers van twijfel en luiheid,
en beschuldigd van het leren van een “redding door werken”.
MAAR…
op hetzelfde moment dat van iedereen geëist werd toe te
geven dat AL hun werken geen “verdienste” waren in de ogen van God, eisten hun
leraren ook van hen dat zij een bepaald deel van deze zelfde “werken” deden,
door dingen als dit te zeggen:
“Naar
de kerk gaan zal je niet redden, MAAR JE KUNT MAAR BETER NAAR DE KERK GAAN,
WANT ANDERS!”
“Je
kunt je plaats in de hemel niet kopen, MAAR JE KUNT MAAR BETER WAT VAN DAT GELD
AAN GOD OVERHANDIGEN, WANT ANDERS!”
“Het
weerstaan van verleiding maakt je niet rechtvaardig, MAAR JE KUNT MAAR BETER
STOPPEN MET DIE ZONDEN, WANT ANDERS!”
Het
bedrog van hen die De Protestantse Fout leren, wordt duidelijk onthuld door het
feit dat zij zich REALISEREN hoe hun eigen religieuze koninkrijken in gevaar
komen door deze concepten, en daarom vinden ze het nodig om mensen in
religieuze diensten te dreigen of dat oogluikend toe te laten. Iedereen die het
waagt om hun leer van “vrije genade” te gebruiken als een excuus voor het
weigeren bij te dragen en deel te nemen, worden door hen beschouwd met
achterdochtige jaloersheid. Ze kunnen niet de gedachte verdragen dat iemand
anders even aangenaam voor God is die niet aan dezelfde plichten heeft voldaan
als waar zij zich toe verplicht voelen. Zo hebben zij in feite hun eigen leer
van “vrije genade” verworpen: ze hebben eenvoudigweg de eisen verlaagd naar hun
eigen prestatieniveau en dan iedereen verdoemd die niet aan hun
eigen verlaagde standaarden kan voldoen. De kracht die de massa’s van het
Protestantisme vandaag de dag drijft is de
siddering des mensen (Spr. 29:25); want de enige standaarden waartoe ze
zich gedrongen voelen daarnaar te leven worden gepersonificeerd door de
meerderheid. Van iedereen wordt verwacht “naar de kerk te gaan”, maar van
niemand wordt verwacht dat hij verlaat,
alles wat hij heeft (Lukas 14:33); en iedereen die suggereert dat we dat
MOETEN doen, wordt veroordeeld als een “wetticist”! Wat een VERSLAGEN en
slaafse religie hebben zij gemaakt! Ze hebben een God voor ons geschetst, Die
niet onder de indruk is als we alles
verlaten, maar dreigt ons te straffen als we niet een beetje willen
verlaten! Ze hebben een God voor ons geschetst, Die al onze zonden heeft
“vergeven en vergeten”, maar toestaat dat we in en door een aantal daarvan toch
lijden! Ze hebben een God voor ons geschetst, Die ons verleidt met beloften van
troost, wonderen en glorie en dan eist dat we zonder die tevreden zijn. Verspil
je energie niet door me te proberen te vertellen dat het niet zo is: jij en ik,
en elke andere Christen die we kennen, heeft veel tijd knarsetandend
doorgebracht in de duisternis van deze “theologische spelonk”.
Uiteindelijk
heeft de populaire acceptatie van De Protestantse Fout toegestaan dat zij, die
zich gestoord hebben aan enig ongemakkelijk vereiste dat door religie is
opgelegd, zich gerechtvaardigd voelen te weigeren zich te onderwerpen aan enige
kostbare gehoorzaamheid aan Het Woord van God: ook hadden ze er genoegen in om
minachtend iemand af te wijzen wiens voorbeeld van
moed en toewijding een opvallend contrast vormde met hun eigen gemakzucht. Deze
fatalistische en sombere blik verstikte vurigheid, geloof en moed onder de
Christenen die het omarmden en bracht zelfs beschimping over degenen die het
waagden tot uitersten te gaan in hun geloof. Hierdoor werd St. Franciscus, die zijn familie fortuin weggaf en naakt en blootsvoets
in de bossen wandelde om de fout van de Rijke Jongeling te vermijden (Matt.
19:16-22), niet langer beschouwd als een man om na te volgen; maar in plaats
daarvan werden zulke akties bestempeld als de zinloze worstelingen van
onverlichte mensen die niet begrepen wat het betekent om zalig geworden te zijn uit genade, door het geloof (Ef.
2:8-9). Juist het feit dat sommige mensen een wanhopigheid vertoonden om in
overeenstemming gevonden te worden met de leringen van Jezus werd gemaakt tot
precies het bewijs dat zij God’s genade en vergeving geweigerd hadden, en
probeerden “zichzelf te redden” door werken.
Dus
nu leven we aan het einde van 500 jaren van woordenstrijd voeren, hetwelk tot geen ding nut is, dan tot verkering der toehoorders (2 Tim.
2:14). Er is geen manier om een “leer” te maken die bemiddelt tussen God’s
soevereiniteit en de verantwoordelijkheid van een mens, want de Bijbel voorziet
ons niet van samenvoeging van deze dingen. Zij die zichzelf als overwinnaars
schilderen van een van de twee kanten van die altijd populaire “genade versus
verantwoordelijkheid” discussie, moeten altijd de schriftgedeelten negeren die
duidelijk ingaan tegen de alom bekende conclusies die onvermijdelijk door
beiden zijden naar voren worden gebracht. Zij die zich graag voegen bij een
soort van oorzaak/gevolg argument om hun zonden of gebrek aan dienstbaarheid te
rechtvaardigen, wordt verteld dat God alles weet over hun klachten, maar dat ze
van deze dingen toch rekenschap zullen moeten afleggen en verantwoordelijk
zullen worden gehouden (Rom. 9:19-23, Matt. 25:24-30, Lukas 12:47-48, Gal.
6:7).
2 Tim.2:19 Evenwel het vaste
fondament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen
zijn; en: Een iegelijk, die den Naam van Christus noemt, sta af van
ongerechtigheid.
JA! De Bijbel
verklaart dat er eeuwige zekerheid is voor degenen die bekeerd zijn: MAAR! Er
is niet veel zekerheid voor degenen die veronderstellen dat ze niet langer
enige ongerechtigheid hebben om afstand van te doen. Die daar zegt: Ik ken Hem, en ZIJN GEBODEN
NIET BEWAART, die is een LEUGENAAR, en in dien is de waarheid NIET (1 Joh.
2:4). En nu, in deze laatste dagen,
is de Protestantse Fout uiteindelijk geworden tot…
De Charismatische Fout
Dus nu hebben zij die niet bereid zijn
het te doen zonder God’s bijzondere hulp voor zichzelf een manier verzonnen om
“die hulp te krijgen”, zonder hun hand
of voet af te houwen, of iets anders! De Protestantse Fout in
zich opgenomen: dat heldhaftige pogingen en kostbare offers (als HANDELINGEN
VAN GEHOORZAAMHEID aan het Woord van God in De Bijbel) zinloos zijn, of zelfs verraderlijk;
hebben zij voor zichzelf EEN DING overgelaten dat ze nog MOETEN, KUNNEN en
bereid zijn te doen: dit ene ding dat ze bereid zijn te “doen” is: “geloof”
hebben.
Met “geloof” bedoelen zij om de beloften letterlijk en direct te nemen,
maar NIET omdat “de Bijbel het zegt”. Ze zien de beloften als “Goddelijke bevestigingen” van wat de theologie van de
noodzakelijkheid altijd concludeert: Dat ALS er een God is, Hij zowel almachtig
als goed moet zijn; daarom moet Hij zowel bereid als in staat zijn om hun eigen beschrijving van “goedheid” TELKENS WEER
te vervullen. Ze beschouwen de beloften
van genezing, bevrijding en voorspoed als verklaringen van de ONVOORWAARDELIJKE
wil van God; en dat de enige reden dat iemand niet geneest, voorspoedig is en
gered wordt, is dat zij niet volharden in het eisen van deze “goede” dingen met
onwrikbaar vertrouwen. “Geloof” wordt dan een “kracht binnenin ons” die we
kunnen GEBRUIKEN om de beloften te
“grijpen”, welke op een bepaalde manier boven ons zweven: nog slechts wachtend
tot we ze “grijpen”. De oefening tot godzaligheid (1 Tim. 4:7) wordt dan voor hen een oefening in zelfhypnose en hersenspoeling: als ze proberen zichzelf
en elkaar te overtuigen om “meer geloof te hebben”. Deze visie negeert het feit
dat de meeste van de beloften
voorwaarden direct daaraan verbonden hebben, dan wel geïmpliceerd door de
context waarin ze gegeven zijn (Matt. 7:11). Deze visie negeert ook het
Bijbelse getuigenis dat sommige van onze problemen feitelijk kastijdingen zijn (Heb. 12:8, Kol.
3:5-6), of tuchtigingen voor het
niet achten van heilige dingen (1 Cor. 11:28-32). Precies
het feit dat velen die De Charismatische Fout omarmen, schijnen “te krijgen
waar ze om vragen”, verleidt zelfs de meest serieuze gelovigen om de ernstige
jacht naar heiligheid (Heb. 12:14)
en gezonde leer (1 Tim. 4:16) te verlaten om deze “vetpot” te bemachtigen. Zo’n perspectief is ERG AANTREKKELIJK voor mensen, want ze
kunnen dan “geloof hebben” voor de beloften,
maar niet schuldig zijn aan zonde voor het falen om hetzelfde “geloof” te
hebben voor de geboden. Er is zeker veel geloof voor nodig om te gehoorzamen
aan geeft een iegelijk,
die van u begeert (Lukas 6:30). Voor hen is geloof ten diepste een
voorrecht, of een mogelijkheid voor zegening; niet een absoluut onveranderlijk
en ongematigd vereiste: wanneer in feite Waar Geloof de praktische vervulling
is van het 1e Gebod (Deut. 6:5); en het falen het te hebben draagt
in zich de ernstigste consequenties (Heb. 10:38-39). Ze
rekenen het niet tot zonde wanneer ze er niet in slagen de beloften te krijgen, dus rekenen ze het niet tot zonde als ze
“onvoldoende geloof” hebben om de geboden te gehoorzamen.
De Charismatische Fout heeft hetzelfde
effect als de Protestantse Fout: want het enige ding dat werkelijk voor hen van
belang is, is een vorm van arrogant eisen dat zij
“geloof” noemen, er is niets te winnen door het maken van heldhaftige daden en
kostbare offers. Ze zijn altijd aan het wachten op “de geest” om hen te
“inspireren” voordat ze iets kostbaars of riskants doen (en natuurlijk is wat
ze hiermee bedoelen dat elke daad van gehoorzaamheid aan Het Woord van De
Bijbel die niet makkelijk afgaat, “ongeïnspireerd” moet zijn). De
Charismatische visie beschouwt elk schriftgedeelte als een “dode letter” tenzij
zij zich er door “geïnspireerd” voelen; en natuurlijk zijn zij altijd
“geïnspireerd” door de beloften van gezondheid, rijkdom en werelds succes. De
enige andere schriftgedeelten die ze koesteren zijn degenen die hen schijnen te
bevrijden van enige verplichting aan de rest van de Bijbel. Bekijk als
voorbeeld eens hoe 1 Corinthiërs 14:34-37 door de Charismatische Kerken met
smalende straffeloosheid aan de kant wordt gezet.
Het is ook opmerkelijk hoe de centrale
focus van de Charismatische leer van “geloof” is HOE JE DINGEN KRIJGT. Zij die
De Charismatische Fout aanhangen, richten zich op alles dat “positief” en
“bevestigend” lijkt in de Bijbel, maar ze hebben weinig of geen begrip voor
iets dat hun zoektocht naar gezondheid, rijkdom en populariteit schijnt uit te
dagen. De hardnekkigheid waarmee ze vasthouden aan elke lettergreep en
aanduiding van “Alle dingen zijn
mogelijk voor hem die gelooft” wordt totaal gemist wanneer ze horen “Alzo dan een
iegelijk van u, die niet verlaat ALLES, wat hij heeft, die kan Mijn discipel NIET
zijn.” (Lukas 14:33). De Charismatischen GEBRUIKEN RELIGIE als een manier
om de gehele wereld te winnen
(Markus 8:36): en JA, INDERDAAD: het lijkt erop dat God hen daarmee weg LAAT
komen! Op geen enkele manier zien zij zichzelf ooit als schapen ter slachting (Rom. 8:36) en zij kunnen niet zien hoe trouw
aan God er voor zou kunnen zorgen dat degene die zo’n
geloof heeft, wordt beschouwd als uitvaagsels der wereld en aller afschrapsel (1 Cor. 4:13). Ze hebben God’s beloften veranderd in een veronderstelling van God’s automatische
goedkeuring over al hun wereldse ambities, en ze ontlenen aan deze beloften het recht om al de dingen te
eisen die hoog zijn onder de mensen (Lukas 16:15). Ze
worden zonder twijfel beschreven in Openb. 3:14-18 en
ze verpersoonlijken in veel opzichten De Grote en Uiteindelijke Afval van het Christendom.
Jezus
zei:
Matt.10:39 Die zijn ziel
vindt, zal dezelve verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om
Mijnentwil, zal dezelve vinden.
Maar deze
uitspraak, en vele anderen zoals deze; die kwamen uit dezelfde mond die zei “Alle dingen zijn
mogelijk voor hem die gelooft”; heeft weinig of geen betekenis voor hen die
De Charismatische Fout aanhangen.
De Gezamenlijke Fout
Wat de Protestanten en de
Charismatischen hebben gedaan, is Het Woord van God in tweeën scheuren: de
beloften op de ene bladzijde zettend en de geboden op een andere.
Als je gelooft dat gehoorzaamheid aan
de geboden niet noodzakelijkerwijs een adequate en bevredigende vervulling van
de beloften verzekert, kun je niet vertrouwen in de beloften je te beschermen wanneer gehoorzaamheid aan de geboden je in
gevaar brengt. Als je gelooft dat “geloof” ten diepste een
voorrecht is: een mogelijkheid om “extra bonussen” te krijgen; dan wordt het
falen de geboden te gehoorzamen geen grotere zonde dan het falen om de beloften
te ontvangen. Jezus zei de
Schrift kan niet gebroken worden (Joh. 10:35), maar zij
die HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE aanhangen hebben het gebroken: in geboden die straffeloos genegeerd kunnen worden;
beloften die of genegeerd of arrogant geëist kunnen worden; en “genade
leerstellingen” die hun falen rechtvaardigen om of de beloften te ontvangen OF
de geboden te gehoorzamen.
De rest van de Bijbel gebruiken ze
enkel voor de samenstelling van leerstellingen voor ingewijden die geen
feitelijk doel hebben, behalve een excuus te verschaffen voor twisten en
partijschappen. Telkens wanneer ze geconfronteerd worden met iemand die ze in
diskrediet willen brengen en verwerpen, zullen ze deze ONBEDUIDENDE
ONDERSCHEIDINGEN IN GELOOFSBELIJDENIS de een na de
ander naar voren brengen totdat je het uiteindelijk niet eens bent: en zodra je
dat doet, hebben ze je “vastgepind” als iemand die ze veilig kunnen negeren. Zij
maken een mens schuldig om een woord, en
leggen dien strikken, die hen
bestraft in de poort; en die den rechtvaardige verdrijven in het woeste
(Jesaja 29:21).
De Fundamentele Fout
Matt.6:33 Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid,
en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
Door deze
stelling, en vele anderen als deze, brengt onze Heer naar voren dat we maar EEN
verantwoordelijkheid hebben, en EEN verplichting om tegemoet te komen. Die
verplichting is om EERST het koninkrijk
van God te zoeken; en het koninkrijk van God is niet een bepaalde
“plaats in de lucht”. Het koninkrijk van
God is de HEERSCHAPPIJ, of REGERING van
God over onze levens.
Rom. 12:2 En wordt dezer
wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds (Grk: denkvermogen, verstand), opdat gij moogt beproeven, welke de goede,
en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.
Het feit dat
Jezus ons leerde te bidden, Uw wil geschiede
(Matt. 6:10), impliceert dat, tenzij wij Deszelfs willen doen (Joh. 7:17), we nooit Zijn wil zullen weten. Als we ZEGGEN dat we Zijn wil willen doen,
maar het “nu direct” NIET KUNNEN, omdat we niet weten wat het is, hebben we
ontkend dat zij, die hongeren en dorsten
naar de gerechtigheid zullen
verzadigd worden (Matt. 5:6). Als we ZEGGEN dat we Zijn wil willen doen,
maar ons niet inspannen om Zijn wil te leren en te doen, zijn we net als de Farizeeën geworden, want zij zeggen
wel, maar doen niet (Matt. 23:23).
Maar zij die
HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE aanhangen, veronderstellen dat de volmaakte wil van God voor ons een
oneindige eis is waar we altijd aan te kort schieten: dus zelfs als een mens
heldhaftige daden doet en kostbare offers brengt, blijft de volmaakte wil van God oneindig ver weg van hem, zodat hij er
niet dichterbij is dan voordat hij deze dingen deed. Zij die HET “EVANGELIE”
VAN OVERGAVE aanhangen, weigeren te geloven dat de volmaakte wil van God voor hen in één gebied van hun leven
tegelijk, door één daad tegelijk bereikt kan worden. Evenmin willen zij
erkennen dat de volmaakte wil van God
een “kleine stap” zou kunnen zijn richting een grote verandering: alsof God
nooit Zijn volmaakte wil aanpast aan
onze angsten en beperkingen. Voor hen is de
volmaakte wil van God ALTIJD een blijvend onbereikbaar vereiste. Ze komen
tot de conclusie dat de volmaakte wil
van God onbereikbaar is tijdens dit leven en dat ze zich mogen verexcuseren
om het zelfs maar te proberen. Door dit soort van redeneren maken zij van de
Heer een “hard mens” (Matt. 25:24)
die meer van ons eist dan Hij ons in staat stelt om te doen. MAAR
ze moeten een manier vinden om zichzelf er van te verzekeren dat ze niet in
gevaar zijn: zelfs als zij NOOIT bezig zijn de volmaakte wil van God te doen; en DAAROM veranderen ze elk
ongemakkelijke eis die aan hen gesteld wordt in een GETUIGENIS VAN HUN
HULPELOOSHEID: wiens ENIGE doel is hen te bewijzen dat ze niet door “werken”
gered kunnen worden. Ze verexcuseren zichzelf van het doen van de volmaakte wil van God in een bepaald
specifiek ding, door de volmaakte wil
van God te maken tot een MILJOEN dingen; en “wie”, zeggen ze, “kan een miljoen dingen doen?” Maar DIT is precies de GROTE
LEUGEN die zij aangehangen hebben om zichzelf te verexcuseren van het doen van
een klein deel van een bepaald specifiek ding! Onze Here Jezus, Die zei, Ik ben gekomen, opdat zij het leven hebben,
en overvloed hebben (Joh. 10:10), heeft AL onze verantwoordelijkheden en
verplichtingen naar maar EEN ding
dat nodig is.
Lukas
10:38-42 En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een
zekere vrouw, met name Martha,
ontving Hem in haar huis.
39 En
deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van
Jezus, Zijn woord hoorde.
40 Doch
Martha was zeer bezig met veel dienens,
en daarbij komende, zeide zij: Heere, trekt Gij U dat
niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe.
41 En
Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert (vol van zorg) en ontrust (bezorgd) u over
vele (miljoenen) dingen;
42 MAAR EEN DING IS NODIG; doch Maria heeft
het goede deel uitgekozen, hetwelk VAN HAAR NIET ZAL
WEGGENOMEN WORDEN.
Maar O! Wat
een woede en laster zal er zeker over iemand komen die
durft te HANDELEN alsof maar een ding
nodig is: wanneer de goede,
acceptabele en volmaakte wil van God de normale verantwoordelijkheden en
verplichtingen schijnen te negeren, waarvan onze buren, onze vrienden en onze
familie verwachten dat wij ze vervullen!
EN NU heb ik
je geleid naar de rand van de afgrond, en je zult OF jezelf toewijden aan EERST het koninkrijk van God te zoeken, in het geloof dat, als je dat
werkelijk doet al deze andere dingen, die je nodig hebt, je toegeworpen
zullen worden; OF je zult excuses maken en argumenteren over
uitzonderingen: en door dat te doen, zul je je onttrekken ten verderve
(Heb. 10:39).
Maleachi
3:16-18 Alsdan spreken, die den HEERE vrezen, een
ieder tot zijn naaste: De HEERE merkt er toch op en hoort, en er is een
gedenkboek voor Zijn aangezicht geschreven, voor degenen, die den HEERE vrezen,
en voor degenen, die aan Zijn Naam gedenken.
17 En
zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage, dien Ik maken zal, Mij
een eigendom zijn; en Ik zal hen verschonen, gelijk
als een man zijn zoon verschoont, die hem dient.
18 Dan zult gijlieden
wederom zien, het onderscheid tussen den rechtvaardige en den
goddeloze, tussen dien, die God dient, en dien, die Hem niet dient.
MAAR,
ZEG JIJ, “EN MIJN ZONDEN DIE IK AL GEDAAN HEB DAN”?
Natuurlijk
hebben de heiligen hun falen en teleurstellingen op hun weg, maar dit falen zou niet genomen moeten worden als “tekenen” dat we
onze verwachtingen zouden moeten verlagen, of onze belijdenis zouden moeten
verwateren. Want wij
zijn Christus deelachtig geworden, ZO (indien) wij anders (mits) het beginsel van dezen vasten grond
tot het einde toe vast behouden (Heb. 3:14). De rechtvaardigen kunnen honderden keren “vallen” of falen, MAAR ZE STAAN ALTIJD WEER OP: Als zij door het dal der
moerbezienbomen doorgaan (huilen), stellen zij Hem tot een fontein; ook zal
de regen hen gans rijkelijk overdekken. Zij gaan van KRACHT tot KRACHT; een iegelijk van
hen (al de heiligen) zal
verschijnen voor God (krijgt God’s bijzondere aandacht) in Sion (Psalm 84:6-7).
Spr.24:16 Want de
rechtvaardige zal zevenmaal vallen, en OPSTAAN; maar de
goddelozen zullen in het kwaad nederstruikelen.
Psalm 34:19 Vele zijn de
tegenspoeden des rechtvaardigen; maar UIT ALLE die redt hem de HEERE.
De Echte
Heiligen herstellen niet alleen en gaan door, maar ze worden ook STERKER en
vastberadener dan ooit om alles dat God beloofd heeft te verkrijgen; wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid
werkt; En de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop (Rom. 5:4). Het
afkalven van de ijver is een teken van slecht geloof. Echte Christenen
verzwakken niet naarmate de tijd voorbijgaat, want het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande
en lichtende tot den vollen dag toe (Spr. 4:18). De Echte Heiligen KUNNEN
meer en betere redenen vinden om bemoedigd te zijn in hun jacht naar God
tijdens het verstrijken van de tijd. O, er zullen er zijn die zullen zeggen dat
ze “een lange weg” met God gegaan zijn en geen resultaat hebben bereikt. Wacht
eens even! Heb jij “een lange weg gegaan” op de weg die de Bijbel beschrijft? Want…
Psalm
25:12-14 Wie is de man, die den HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in den
weg, dien hij zal hebben te verkiezen.
13 Zijn
ziel zal vernachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beerven.
14 De verborgenheid des HEEREN is voor
degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.
Toen je net
gered was, leek het er misschien op dat de Heer snel was om op de een of andere
manier te antwoorden bijna elke keer dat je naar Hem riep; maar nu antwoordt
Hij niet zo vaak meer, of zo snel. Waarom? Misschien wil de Heer dat je
verandert en zal hij niet langer de populaire ideeën over geloof en
rechtvaardigheid, die je gemeenschappelijk had met alle anderen VOOR je
bekering, door de vingers zien (Hand. 17:30). Iedereen in een “Christelijk
land” denkt dat hij weet wat Echt Christendom is, maar
de Bijbel zegt dat de natuurlijke mens
begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn;
want zij zijn hem DWAASHEID, en hij kan ze NIET verstaan, omdat zij geestelijk
onderscheiden worden (1 Cor. 2:14). De poging om
deze van voor je bekering stammende ideeën over God, rechtvaardigheid en
Waarheid bevestigd te zien eindigt altijd in teleurstelling. En dan, als je
niet bereid bent je leer, je loyaliteiten of je gedrag
te VERANDEREN, zal er geen andere mogelijkheid meer zijn dan het aanvaarden van
HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE. Misschien ben je al begonnen excuses te maken
voor het verschil tussen de manier waarop de dingen gaan in je leven en de
manier waarop de Bijbel ZEGT dat ze zouden moeten gaan.
Heb.2:1-4 Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen
van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.
2 Want
indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle
overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;
3 Hoe
zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd te worden door den
Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord
hebben;
4 God bovendien medegetuigende door
tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.
God heeft
misschien je streven door de vingers gezien om EEN AANTAL valse leren te vertegenwoordigen en te verdedigen, die je accepteerde op
grond van de autoriteit van andere mensen toen je jong in het geloof was: maar
vroeger of later zal het duidelijk worden dat God enkel geïnteresseerd is in
het bevestigen van het geloof, dat
eenmaal den heiligen overgeleverd is (Judas 1:3) in JOUW leven. Als je de
God van de Bijbel vreest, dan zul je je leer krijgen
van die Bijbel en als jouw “kerk” niet in
overeenstemming is met die leer, dan zul je hen corrigeren, negeren of
achterlaten.
Spr. 29:25 De siddering des
mensen legt een strik; maar die op den HEERE vertrouwt, zal in een hoog vertrek
gesteld worden.
Dit is geen
klein ding. De meesten van ons die op een dwaalweg geleid zijn in een “geloof”
dat God niet wil bevestigen, zijn hierin onder druk van hun “vrienden”
terechtgekomen. En dan, omdat ze bang zijn veranderingen te maken die de
afkeuring van hun vrienden, familie of kerk oproept, leren ze snel HET
“EVANGELIE” VAN OVERGAVE te accepteren. Ze kijken rond in hun kerk om te zien
wie werkelijk DE HELE WERELD OVERWONNEN heeft (1 Joh. 5:4) en omdat zo iemand er niet is, voelen ze
zich er prima bij zelf een mislukking te zijn. Dit is nogal een trieste troost,
nietwaar? Ben je werkelijk getroost door de gedachte dat NIEMAND ANDERS ook
werkelijk de overwinning heeft behaald?
Heb.12:12-13 Daarom
richt weder op de trage handen, en de slappe knieen;
13 En maakt rechte paden voor uw voeten, opdat
hetgeen kreupel is, niet verdraaid worde, maar dat
het veelmeer genezen worde.
Heb.12:5 En gij hebt vergeten de vermaning,
die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht niet klein de kastijding des
Heeren, en bezwijkt niet, als gij van Hem bestraft wordt;
Maar je
ondergaat misschien zo’n harde beproeving dat je
bitter en boos bent tegen God. Ik heb ook zo’n periode
gehad, maar ik heb geleerd dat:
Matt. 12:20 Het gekrookte riet zal Hij niet
verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het
oordeel zal uitbrengen tot overwinning.
Je kunt je als
een gekrookt riet voelen: je hoop en je geloof
hebben zo’n klap gehad dat je geen kracht meer hebt om
te blijven staan. Je voelt je kreupel door zwakheid en bent verdrukt door de
zorgen van het leven. God zal je hierom niet verdoemen, en evenmin zal hij je
die “laatste slag” geven die je uiteindelijk breekt.
Je bent misschien
de kluts kwijtgeraakt, je bent niet langer zeker dat je iets “zeker” weet over
God: daarom lijkt je “vuur” uitgegaan te zijn, en je getuigenis is
teruggebracht tot een rokend lemmet.
God zal je hier ook niet voor verdoemen, en evenmin zal Hij je uiteindelijk “de
nekslag geven”.
Job klaagde
bitter tegen God en hij klaagde ook tegen God voer zijn vrienden; maar Job
stopte nooit met proberen God’s hulp en aandacht te krijgen. Gij hebt de verdraagzaamheid van Job gehoord, en gij hebt het einde des
Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer
(Jak. 5:11). Maar Job’s vrienden, die niets anders deden dan God telkens weer
vleien en verdedigen, werden verstoten (Job 42:7).
Het zenden van
oordeel tot overwinning betekent dat
de Heer je wil zuiveren van je fouten, je misvattingen
en je valse leer, en door dat te doen brengt Hij je naar die overwinning die je zo wanhopig nodig
hebt. Als je geloof is doorgegaan een teleurstelling voor je te zijn, maak je
er dan klaar en bereidwillig voor correctie te ontvangen, want alle paden des HEEREN zijn GOEDERTIERENHEID
en WAARHEID, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen
bewaren (Psalm 25:10).
Laat
me je vragen: De “god” die je dient, is hij de God,
Die AL uw ongerechtigheid vergeeft,
die AL uw krankheden geneest;
Die UW LEVEN verlost van het verderf,
die U KROONT MET GOEDERTIERENHEID en BARMHARTIGHEDEN;
Die uw mond verzadigt met het GOEDE,
UW JEUGD VERNIEUWT ALS EENS ARENDS (Psalm 103:3-5)
Zeker,
dit beschrijft de God die we allemaal willen vinden, dus WEES BEREID TE LEREN:
want het is duidelijk dat NIET iedereen, die beweert “geloof” te hebben, de
hulp krijgt die ze van God willen. Als je met geweld wil jagen, totdat je al de goedheid van God in je leven hebt
gerealiseerd, dan moet je eerst:
Het Lawaai Overwinnen
Je zult de
oproer moeten negeren: dat is het doordringende LAWAAI van de onderwereld, waar
vandaan je oneindig aangevallen wordt met bedreigingen, beschuldigingen, ideeën
die de Bijbel tegenspreken en uitdagingen aan God’s trouw. Je moet je ook doof
houden voor degenen om je heen die zich verontschuldigen en smoezen verzinnen,
en zelfs in je eigen “kerk”. Zij, wiens religie
bijdraagt tot ZELFVOLDAANHEID, COMPROMIS en LAFHARTIGHEID, willen niet dat
iemand anders krijgt waar zijzelf in falen het te krijgen, omdat anders
duidelijk zou worden dat God NIET VOLDAAN was met hun “religie”.
En ZIE DAN OP naar de beloften en
bevelen van Jezus Christus, Die zei:
Joh. 15:7 Indien
gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u
blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden.
Onze Gezegende Heer en Redder spreekt
niet over het inprenten van de een of andere kerk belijdenis, maar over Zijn
eigen leer en hoe dat OVERVLOEDIGE
LEVEN (Joh. 10:10) te krijgen, waar we zo veel over horen. Je zult al de
uitleggingen en de overleggingen, en
alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God (2 Cor. 10:5) moeten verwerpen. BEGIN HELEMAAL OPNIEUW ALS DAT
MOET! En steek je neus opnieuw in die Bijbel. Bestudeer de leer van onze
Gezegende en Betrouwbare Here Jezus Christus, en DOE ZOALS JEZUS ZEGT.
EN JEZUS ZEGT DAT JE TRAGEDIE KUNT
VERMIJDEN:
Lukas
13:1-5 En er waren te dierzelfder tijd enigen
tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileers, welker bloed Pilatus met hun
offeranden gemengd had (ze waren vermoord tijdens hun kerkdienst).
2 En
Jezus antwoordde, en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileers zondaars
zijn geweest boven al de Galileers, omdat zij
zulks geleden hebben?
3 Ik
zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet
bekeert, zo zult gij allen DESGELIJKS vergaan.
4 Of
die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en
doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn
geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen?
5 Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen INSGELIJKS
vergaan.
Er kan zeker
geen grotere tragedie zijn dan te eindigen in de hel, waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt
(Markus 9:43-44): MAAR, dat is NIET waar Jezus het hier over heeft. Waar Jezus
over spreekt, is hoe de tragedies te vermijden die zo gewoon zijn in dit leven.
Jezus zegt NIET dat als zij zich bekeren, dat ze nooit deze wereld zullen hoeven te verlaten. De
Apostelen Paulus en Petrus moesten beiden “deze wereld verlaten”, en ik denk
dat het veilig is om te veronderstellen dat zij zich bekeerd hebben in overeenstemming met wat Jezus beval. Dus wat we
door bekering kunnen vermijden, is
niet het einde van ons leven in deze
wereld (Joh. 12:25); maar een TRAGISCH EINDE. Zeker, degenen die naar Jezus
toekwamen, om Hem te vertellen over deze tragedies, waren geschokt en
verschrikt over de “schijnbare onrechtvaardigheid” van dit alles. Jezus wijst hen erop dat dezen slechts GEWONE MENSEN waren:
ZIJ WAREN niet schuldenaars BOVEN alle
mensen: zij waren enkel GEWONE schuldenaars.
Hierdoor krijgen we dus te weten dat als we enkel GEWONE SCHULDENAARS zijn, het
ons allen desgelijks zal vergaan.
Met het woord “desgelijks” verwijst
Jezus naar HOE het hun verging, niet het feit dat ze deze wereld
verlaten hebben. Toen Jezus zei Zo
iemand Mijn woord zal bewaard hebben, die zal den dood niet zien IN DER
EEUWIGHEID (Joh. 8:51), verwierp Hij daarmee niet Zijn Apostelen, die hun leven zouden verliezen, om Christus’wil,
en om des Evangelies wil (Markus 8:35): maar zei dat zij in der eeuwigheid niet DINGEN van de
pijn, verschrikking en zorgen van de dood
zouden ERVAREN.
Er zijn ook
vele verschrikkingen en zorgen die voor de dood
op kunnen duiken. Iedereen zou willen weten hoe te ontsnappen aan de
afschuwelijke dingen die continu gebeuren bij de mensen om ons heen. Zou jij
dat niet willen weten?
Jezus zegt dat indien
gij u niet bekeert, zo zult gij allen DESGELIJKS vergaan: bekeren van WAT?
De Bijbel zegt, Ziet toe, dat gij Dien, Die spreekt, niet verwerpt; want indien dezen niet
zijn ontvloden, die dengene verwierpen, welke op
aarde Goddelijke antwoorden gaf, veelmeer zullen wij niet ontvlieden, zo wij
ons van Dien afkeren, Die van de hemelen is (Heb. 12:25). Waar we ons dan van moeten bekeren is iets en alles wat we ontdekken dat strijdig is met de
Wil en het Woord van God, TELKENS als het onder onze aandacht gebracht wordt.
MAAR,
Als al de “goede Christenen” die je
kent niet meer immuun schijnen te zijn voor de normale zorgen en tragedies van
dit leven dan alle anderen, dan WEET je dat JIJ ook IN GEVAAR BENT. Ze gaan
allemaal naar de kerk, zingen in het koor, geven hun geld en zeggen “Amen” op
de juiste dingen; maar ze krijgen nog steeds afschuwelijke ziekten en sterven
voortijdig. Hun “geloof” schijnt hun weinig meer dan troost te bieden; en omdat
jij “niet beter dan hen bent”, verwacht je voor jezelf ook weinig meer dan
“vertroostingen”.
MAAR DE BIJBEL ZEGT:
2 Petrus 1:2-4 Genade en vrede zij u vermenigvuldigd door
de kennis van God, en van Jezus, onzen Heere;
3 Gelijk
ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de
godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis Desgenen, Die ons
geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd;
4 Door welke ons de grootste en dierbare beloften
geschonken zijn, opdat gij door dezelve der
goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij
ontvloden zijt het verderf (continu verval), dat in de wereld is door de begeerlijkheid.
Het woord voor
“begeerlijkheid” betekent “elk
onbeteugeld of ongericht verlangen, passie of ambitie”. Iedereen
van ons is een schepsel van BEHOEFTEN: we hebben voedsel en onderdak nodig; we
hebben liefde en gezelschap nodig; we hebben glorie nodig (een gevoel van persoonlijke schoonheid en waarde); we
hebben deugd nodig (energie en moed
voor het najagen van rechtvaardigheid). We hebben al deze dingen nodig,
EN NOG VEEL MEER, voor het onderhouden van het leven in deze wereld. De kennis
van God voorziet ons met juiste LEIDING in hoe al deze dingen te
krijgen. Als we er niet in slagen om geleid te worden door de kennis van God in het najagen van deze dingen, dan kijken we in de verkeerde richting, maken de verkeerde
keuzes, en STROMPELEN VOORT in het CONTINUE morele, fysieke en geestelijke
VERVAL (verderf) die DUIDELIJK aan
het werk is in onze menselijke natuur. Mozes
nu was honderd en twintig jaren oud, als hij stierf; zijn oog was niet donker
geworden, en zijn kracht was niet vergaan (Deut. 34:7). Mozes deed
duidelijk iets goed: IETS WAT veel van ons NIET goed doen.
Rom. 3:3 Want wat is het,
al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun
ongelovigheid het geloof van God te niet doen?
Overal om ons heen
zijn de “zogenaamde bewijzen” dat veel, of de MEESTE van deze grote en kostbare beloften niet
letterlijk genomen moeten worden. Elk van ons kan zijn eigen LIJST van
onbeantwoorde gebeden en “geloofsavonturen”die faalden ophalen. Ondertussen
zijn we omringd door hen die beweren te weten en te leven naar De Waarheid en
die te vertegenwoordigen; maar ze zijn altijd deze grote en kostbare beloften aan het negeren of WEGREDENEREN, omdat
OOK ZIJ gefaald hebben ze vervuld te zien worden in hun eigen levens. Ze zeggen
dat deze grote en kostbare beloften
voor “de oude dagen” waren, of dat ze niet bedoeld waren LETTERLIJK te nemen,
maar enkel bedoeld zijn om gerealiseerd te worden als “bemoedigingen”. Ze
IMPLICEREN dat onze Here Jezus Christus en de Apostelen de realiteit van deze grote en kostbare beloften OVERDREVEN
als een “beeld” voor hoop. Jezus zei: bij
God zijn alle dingen mogelijk (Matt. 19:26); en hiermee zullen ze
instemmen; MAAR ze zullen je achterlaten met de uiteindelijke indruk dat alle dingen ONWAARSCHIJNLIJK zijn,
OMDAT, zoals ZIJ zeggen, God er niet in “geïnteresseerd” is ons TEKENEN te geven; maar in ons “trouw
blijven” zonder bewijs dat God onze religie bevestigt (Markus 16:17-20).
MAAR
DE BIJBEL ZEGT:
Matt.7:7-8 Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij
zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.
8 Want een iegelijk,
die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal
opengedaan worden.
Markus 11:24 Daarom zeg Ik u:
Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat
gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
Lukas 10:19 Ziet, Ik geve u
de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen.
Joh. 8:51 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand Mijn woord zal
bewaard hebben, die zal den dood niet zien in der eeuwigheid.
Onze Here
Jezus Christus zei deze dingen. Was Hij
aan het overdrijven?
Fil. 4:6-7, 19 Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw
begeerten in ALLES, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij
God;
7 En
de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen
bewaren in Christus Jezus.
19 Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom
vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus.
De Apostel
Paulus zei deze dingen. Was hij aan het overdrijven?
Jak. 5:15 En het gebed des geloofs zal den
zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal
hebben, het zal hem vergeven worden.
Jakobus zei
deze dingen. Was hij aan het overdrijven?
TOCH
gaan veel mensen met deze grote en
kostbare beloften om alsof ze niets meer waren dan een soort van
“lokkertje”; alleen maar bedoeld om je het Christendom
binnen te lokken en je dingen na te laten blijven jagen die je niet kunt bereiken.
Zo maken zij deze grote en kostbare
beloften tot MISLEIDENDE en NAGENOEG ONGRIJPBARE beloften. Ze durven er niet recht voor uit te komen en GOD EEN
LEUGENAAR NOEMEN; dus, IN PLAATS DAARVAN, komen ze met een nieuwe “definitie”
voor GELOOF, waarin “geloof” werkelijk niets meer is dan de bereidheid om een
“god” te tolereren en vleien die ze in hun hart beoordeeld hebben als schuldig
aan verraderlijkheid en onverschilligheid.
DENK HIER EENS OVER NA: Een “vriend” schrijft je een brief, waarin
hij belooft om “er voor je te zijn”
wanneer je zijn hulp NODIG hebt; MAAR, hij komt niet opdagen. Je kunt
bereid zijn om je vriend te VERGEVEN voor zijn falen “er voor je te zijn”,
omdat hij NIET IN STAAT was je te helpen. Je kunt OOK bereid zijn je vriend te
vergeven voor zijn falen om “zijn woord na te komen”, omdat je weet dat JIJ ook
NIET altijd trouw bent aan je EIGEN beloften. Je bent bereid de
ONBETROUWBAARHEID van je “vriend” te TOLEREREN, en zijn FALEN om TROUW te zijn
niet te maken tot HET PUNT dat een einde maakt aan jullie vriendschap.
God
is NOOIT “niet in staat” tot WAT DAN OOK, en jij weet dat. Dus, ga je God
“vergeven” dat hij “onbetrouwbaar” is, Hem daarbij beschuldigend van
verraderlijkheid? Of zul je het feit onder ogen zien dat er maar 5 redenen zijn
die kunnen gebeuren bij mensen die zich Christen noemen als reden waarom
tragedie kwam of waarom in het ding dat nodig was niet snel genoeg werd
voorzien om een zinvol verschil te maken.
1. Er is geen God.
2. God heeft geen sympathie voor jouw lijden,
en negeert je roep om hulp.
3. De Bijbel geeft niet goed weer wat je van God kunt
verwachten, en hoe je het kunt ontvangen.
4. Je voldeed niet aan de voorwaarde, duidelijk genoemd in de
Bijbel, om de belofte te ontvangen.
5. God weigert rechtvaardig en terecht je verzoek tot Zijn eigen
glorie, en voor je eigen bestwil.
1 Petrus
5:6-7 Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.
7 Werpt al uw bekommernis
op Hem, want Hij zorgt voor u.
O,maar er is
altijd de “later” CLAUSULE: velen zullen zichzelf excuseren door te zeggen “God
zal me later helpen”… ALTIJD LATER: maar niemand is
ooit werkelijk getroost door de gedachte dat te Zijner tijd verwijst naar de onbepaalde toekomst of het einde
van dit leven. DUS, je GEEFT jezelf OVER aan falen, angst en teleurstelling en
je leert hoe een “god” te TOLEREREN die je moet “vergeven” voor HET NIET
BEANTWOORDEN VAN JE GEBEDEN: een “god” die je moet “vergeven” voor het NIET
DUIDELIJK GENOEG maken van de INSTRUCTIES: een “god” die je TOLEREERT omdat je
bang van Hem bent, en je hoopt dat in je moment van ergste extremiteit Hij
UITEINDELIJK “medelijden met je zal hebben” en Zich verplicht voelt je te
helpen. Wat voor mens is het, die er de voorkeur aan geeft te leven in het aangezicht van een wrede en ongevoelige god; eerden dan te bekeren, veranderen en gezegend te
worden?
En er is GEEN
mogelijkheid dat de reden, dat je niet ONTVING alle dingen die gij begeert, was omdat je
er niet in slaagde het HARD GENOEG TE PROBEREN of LANG GENOEG UIT TE HOUDEN.
Iedereen die het niet HARD GENOEG PROBEERT of LANG GENOEG UITHOUDT was vanaf
het begin al niet betrokken. EN… iedereen, die zijn falen om de beloften te KRIJGEN “uitlegt” als door
hun gebrek aan uithoudingsvermogen, ZOU ZE NOOIT KRIJGEN ongeacht hoe hard ze
het probeerden. Zo’n man stelt feitelijk God op de
proef: hij denkt dat als hij een wat in zijn eigen ogen “voldoende poging” is
maakt, dat hij God de schuld kan geven voor wat er ook gebeurt. Geloof in God
is niet iets wat je “probeert”, om te zien OF het “werkt”. Iemand die geloof heeft in de beloften
van God heeft zijn geloof in al het andere AL verworpen. En Jezus zeide…: Niemand, die zijn hand aan
den ploeg slaat, en ziet naar hetgeen achter is, is
bekwaam tot het Koninkrijk Gods (Lukas 9:62). Jezus
zei niet TERUG GAAN, maar ziet naar
hetgeen achter is. Zien naar hetgeen achter is is “in gedachten houden” wat je kan of zal doen VOOR HET
GEVAL DAT “geloof” niet werkt. Want de
poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen
zijn er, die denzelven vinden (Matt. 7:14). Je
zou niet verbaasd moeten zijn als je niet veel VOORBEELDEN van succes in deze
dingen ziet tussen de Christenen om je heen. Zelfs als er zulke VOORBEELDEN
ZIJN, zou je niet in staat kunnen zijn om ze te zien.
1 Cor.2:11,14 Want wie van de
mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods.
14 Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de
dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem
dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk
onderscheiden worden.
Zij die
beweren dat ze DE BELOFTE ONTVANGEN hebben, kunnen de “schijn” hebben
eenvoudigweg slechts goed bedeeld te zijn door toevallige gebeurtenissen. Een
mens bad voor geld, zijn ouders overleden en hij ontving een erfenis. Een mens
bad voor genezing; hij ging ook naar de dokter, maar God genas hem toch. God
geeft geen TEKENEN om mensen te
overtuigen Hem te geloven: TEKENEN
volgen hen die al geloofd zullen
hebben (Markus 16:17). Als je jouw eigen falen om de beloften te ontvangen rechtvaardigt door te zeggen “Nou ja, niemand
heeft ze ontvangen” dan bedrieg je jezelf. IEMAND HEEFT ZE ONTVANGEN, EN ZIJ
WETEN DAT HET ZO IS, zelfs als ze het je niet kunnen bewijzen. Het oog, het oor en het hart van de natuurlijke mens KUNNEN de dingen van de Geest Gods NIET
“zien”, ZELFS als ze recht voor Hem zijn. We worden aangeraden te vermijden
onszelf te vergelijken met de
“meerderheid” als een manier om onze eigen mate van succes in het “leven” van
het Christelijk geloof te “rechtvaardigen’:
2 Cor.10:12 Want wij durven onszelven niet rekenen (tot de meerderheid)
of vergelijken met sommigen, die zichzelven prijzen; maar deze verstaan niet,
dat zij zichzelven met zichzelven meten, en zichzelven met zichzelven
vergelijken.
De woorden “verstaan niet” zijn letterlijk
“begrijpen niet”. Ze “VATTEN HET NIET”. De man die denkt dat enkel een paar
meer minuten uithouden hem zullen excuseren van enige verdere verplichting om
afhankelijk te zijn van de beloften,
of deze te ontvangen, is net als de man die kijkt naar BEWIJS van de
BETROUWBAARHEID van de beloften bij
andere mensen. Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van den Heere
(Jakobus 2:7). Want wat is het, al zijn
sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het
geloof van God te niet doen? (Rom. 3:3). Maar zij die de beloften wel ontvangen, zullen vervolgd
worden door hen die ze niet ontvangen, dus maak je klaar voor het verdragen
van…
Kain’s Jaloersheid
1 Joh.
3:11-12 Want dit is de verkondiging, die gij van den
beginne gehoord hebt, dat wij elkander zouden liefhebben.
12 Niet gelijk Kain,
die uit den boze was, en zijn broeder doodsloeg; en om wat oorzaak sloeg
hij hem dood? Omdat zijn werken boos waren, en van zijn broeder
rechtvaardig.
Hoe weten we
dat Kain’s
werken boos waren? We weten het
omdat God Kain’s
religie niet bevestigde!
Zou iemand BEWEREN de beloften te ONTVANGEN, en ook SCHIJNEN de beloften te ONTVANGEN; dan gaan zij GEHAAT, GELASTERD en VERWORPEN worden door al degenen die WETEN dat ZIJZELF HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE aangehangen hebben. Zou iemand het wagen zich te onderscheiden van de meerderheid; en dan zowel de vervulling van deze beloften zou claimen als laten zien; dan zal deze waarschijnlijk van magie beschuldigd worden, of voor valse profeet uitgemaakt worden. Zelfs Jezus werd er van beschuldigd duivelen uit te werpen doo