Hoofdstuk 13

 

 

 

 

 

 

Beste lezer,

 

         Het volgende hoofdstuk van DE GROTE DROOM wordt voorgelegd voor jouw beoordeling in de vrees voor God en in de zekere overtuiging dat het nog aanpassing nodig heeft. HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE is vele keren aangepast sinds het voor de eerste keer is geschreven in 1991 en het wordt nog steeds opnieuw in hoop en vrees in ogenschouw genomen.

         De onderwerpen die hier behandeld worden raken het hart en het leven van iedere Christelijk gelovige op een manier als geen ander hoofdstuk van DE GROTE DROOM doet… een ontnuchterende overdenking over het verschil tussen de levens die we feitelijk leven en de levens die we hoopten te leven als Christenen. Zij van ons die hebben gewerkt aan HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE zijn vaker heen en weer geduwd tussen hoop en wanhoop dan we kunnen herinneren, want tijdens het schrijven van dit hoofdstuk worden we gedwongen rekenschap af te leggen van onze eigen onopgeloste problemen en onvervulde verwachtingen. Omdat we het niet kunnen helpen ons eigen falen in deze zaken te herkennen, en in het licht van onze eigen hoop op vooruitgang in deze zaken, verzoeken we je ons toe te laten een verschil te maken tussen dit hoofdstuk en elk ander in DE GROTE DROOM: er bij je op aandringende om te allen tijde de geest van verslagenheid te verwerpen: als je na het lezen van dit je voelt alsof je wordt overweldigd door dezelfde godslasterlijke LEUGEN waar we naar streven om die te weigeren en te verwerpen.

         HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE is, net als elk ander hoofdstuk in DE GROTE DROOM, een beschrijving van De Grote en Uiteindelijke Afval van het Christendom. De specifieke fout die hier beschreven wordt, kan gevonden worden in het hart van elke man en vrouw die ooit gewanhoopt heeft voor God’s hulp; en kan heel goed de wortel zijn van waaruit elk voorval van terugval, elke manifestatie van ketterij, en elke handeling van afvalligheid is gegroeid. Wat je op het punt staat te lezen zal voor niemand nieuw zijn; het is niet moeilijk en is duidelijk voor iedereen. De lengte van dit hoofdstuk en de herhaling van zijn vorm wordt niet gerechtvaardigd door het onderwerp, maar is vereist door ons algehele onvermogen om de volle betekenis van deze woorden van de Profeet Maleachi onder ogen te zien:

 

Maleachi 3:13-18     UW WOORDEN ZIJN TEGEN MIJ TE STERK GEWORDEN, zegt de HEERE; maar gij zegt: Wat hebben wij tegen U gesproken?

14      Gij zegt: HET IS TEVERGEEFS GOD TE DIENEN; want wat nuttigheid is het, dat wij Zijn wacht waarnemen, en dat wij in het zwart gaan, voor het aangezicht des HEEREN der heirscharen?

15      En nu, wij achten de hoogmoedigen gelukzalig; ook die goddeloosheid doen, worden gebouwd; ook verzoeken zij den HEERE, en ontkomen.

 

 

 

 

 

Het “Evangelie” Van Overgave

 

 

         Jezus zei:

 

Matt. 11:12 … van de dagen van Johannes den Doper tot NU toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en DE GEWELDIGERS (Grk: sterke man, geweldenaar) NEMEN HETZELVE MET GEWELD.

 

         Onze Here Jezus Christus zegt duidelijk dat de komst van Johannes de Doper een VERANDERING aangaf in de manier waarop geestelijke autoriteit en de voordelen van het deelnemen in de heerschappij van God verkregen wordt. In het verleden werden de voordelen van leven onder de bescherming van God verkregen door onderwerping aan de wet van Mozes en acht slaan op de profeten. MAAR, niemand werd ooit uitgenodigd om vrijwilliger te zijn voor het priesterschap of het ambt van een profeet. Het priesterschap werd enkel verkregen door geboorterecht en afzondering: “vrijwilligers” werden nooit toegestaan (Heb. 5:4, Num. 16:9-11). Het ambt van de profeet was ook een zaak van God’s eigenmachtige keus en toewijzing (Amos 7:14-15, Jona 1:1-3, 3:1-2). MAAR NU worden het recht en de kracht om te spreken voor en handelen namens God verkregen door de geweldigers.

         Door te zeggen dat de geweldigers het Koninkrijk der hemelen nemen MET GEWELD ontkent Jezus dat Goddelijke autoriteit, kracht en bevestiging OOIT toegekend zullen worden aan hen die een soort van PASSIEVE BELIJDENIS aan de Christelijke Leer of de noodzaak in God te geloven maken. Evenmin zal een PASSIEVE OVERGAVE aan het “lot” (zelfs wanneer het voorzienigheid wordt genoemd) ooit gelijkgesteld worden aan geloof in God. Die “gewelddadige” personen waar Jezus naar verwijst, zijn zij die geloven dat God… is, en een beloner is dergenen, die Hem zoeken (Hebr. 11:6). Maar zij die HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE omhelzen, denken dat wanneer ze eenmaal aanbeland zijn bij een bepaalde versie van Christendom, alles dat nog rest is om het te vertegenwoordigen en verdedigen, zelfs wanneer tragedies, mislukkingen en verliezen telkens bewijzen dat God niet geïnteresseerd is in de bevestiging ervan. Zij GAAN NIET DOOR Hem te zoeken, omdat, ondanks wat ze bereid zijn te “belijden” over deze dingen, zij NIET werkelijk geloven dat er IETS MEER te VINDEN is.

         De geweldigers, die het Koninkrijk der hemelen nemen met geweld”, zijn zij die geloven in de realiteit van geestelijke dingen, die zullen HANDELEN in overeenstemming met wat ze ZEGGEN te geloven, maar altijd bereid zijn te leren en veranderen, eerder dan tevreden te zijn met een religie die God niet in het openbaar vergeldt (Matt. 6:6). Zij zullen NIET afgebracht worden van hun streven naar alles dat God heeft beloofd, niet door ENIG falen, echt of ingebeeld, om elke zegening te ontvangen waarvan de Bijbel zegt dat we die kunnen en zouden moeten ontvangen.

 

Lukas 16:16            De wet en de profeten zijn tot op Johannes; van dien tijd af wordt het Koninkrijk Gods verkondigd, en een iegelijk doet geweld op hetzelve (dringt zich erin).

 

         Jezus ontkent ook dat iemand het koninkrijk van God kan binnengaan door zo nu en dan Gij zijt de Christus, de Zone Gods (Lukas 4:41) te mompelen, als ze verder gaan met hun zaken. Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht (Grk. EXOUSIA: recht, privilege, autoriteit) gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven (Joh. 1:12). Maar we weten allemaal dat sommige mensen Hem aannemen op een manier die hen uiteindelijk niet redt: ze noemen Hem Heer, Heer, maar op het einde zegt Hij tot hen Ik heb u NOOIT gekend (Matt. 7:21-23).

         Wanneer een man eenmaal er van op de hoogte is gebracht dat er zoiets is als een Koninkrijk van God, moet hij er met geweld binnenkomen. Iedereen die als Jood was geboren, was automatisch onder het Mozaïsche Verbond en er was niets voor hem om met geweld in te gaan, maar enkel iets om aan TE ONDERWERPEN. Dit is niet zo voor Christenen, want hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest (Joh. 3:6). Niemand is automatisch een Christen enkel omdat ze geboren zijn in een Christelijke familie of in een Christelijke natie, en een iegelijk is BUITEN het koninkrijk van God TOTDAT hij of zij er met geweld ingaat. Jezus zei ook Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan (op een andere manier), en zullen niet kunnen (Lukas 13:24). Maar zij die HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE omarmd hebben, denken dat er al “in” zijn, of ze nu wel of niet enige strijd geleverd hebben om in te gaan door de enge poort! Maar wilt gij weten, o ijdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is? (Jak. 2:20)

         De Wet vereiste alleen dat je ruimte maakte voor een set van religieuze leerstellingen en regels voor gedrag, want de wet heeft geen ding volmaakt, maar de aanleiding van een betere hoop, door welke wij tot God genaken (Heb. 7:19). Door te zeggen dat de wet en de profeten zijn tot op Johannes heeft Jezus het einde van dit Verbond aangekondigd. De nieuwe aankondiging was, en is, “Bekeer u, en GELOOFT, het Evangelie” (Markus 1:15). Als voor jou Christendom teruggebracht is tot een serie verplichtingen waaraan je moet voldoen, terwijl je een serie leerstellingen naar voren brengt en verdedigt die geen werkelijk effect op je leven hebben, dan heb je gekozen voor HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE.

         HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE is die “versie” van Christendom, zo gemeengoed vandaag de dag, die elke mens vertelt uit te zien naar minder dan de vervulling van AL dat God beloofd heeft, tevreden te zijn met minder dan een “held van rechtvaardigheid” te zijn, NET ALS DE HELDEN VAN DE BIJBEL: om al de normale ellende en pijn van de mensheid als onvermijdelijk te aanvaarden, ONGEACHT HOE TROUW JE BENT AAN GOD. HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE is die ongelovige conclusie die ons confronteert na ons falen: een conclusie die God’s beloften tegenspreekt (2 Cor. 1:20), God’s trouw betwist: en waarin OVERGAVE aan ziekte, tragedie en onbeantwoord geloof het label moet krijgen van  de “deugd” van doorzetting. De bereidheid om bepaalde specifieke leringen te vertegenwoordigen en te verdedigen, zelfs wanneer God NOOIT het woord bevestigt door tekenen, die daarop volgen (Markus 16:20), en de bereidheid om verwerping, laster en vervolging te lijden voor deze zelfde vruchteloze leringen wordt beschreven als “trouw”. De levende hoop op overwinning OVER het slechte van dit leven valt stil in slaap en wordt dan vervangen door een zoektocht naar overwinning ONDER het slechte in het leven. Niet langer verwachten we om gered te worden van ALLE ziekte, zorgen en tragedie, dus sluiten we onze ogen en hopen we dat we de slagen door zullen komen. Niet langer denken we dat we “rechtvaardiger” kunnen worden door te strijden tegen de zonde (Heb. 12:4), dus we troosten onszelf met de hoop op God’s vergeving, zelfs wanneer de ons omringende zonde (Heb. 12:1) doorgaat zijn tol te eisen op onze levens. Niet langer hopen we NET ALS de grote mannen en vrouwen van de Bijbel te worden, dus stellen we ons tevreden met de gedachte dat zelfs matige presteerders naar de hemel kunnen gaan. HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE wordt uiteindelijk een excuus om lauw (Openb. 3:16) en teruggevallen te leven: want onder deze bereidheid om tragedies, falen en verliezen te accepteren, die enkel verondersteld worden de slechten te overkomen, sluimert het idee dat jouw strijden om een toegewijd en heilig leven te lijden geen indruk maakt op God; en dat ongeacht wat je doet er geen zekere ontsnapping is van de vele slechte dingen die het menselijk ras gewoonlijk plagen.

 

         MAAR, de Bijbel zegt:

 

Psalm 91:8-10         ALLEENLIJK zult gij het MET UW OGEN aanschouwen; en gij zult de vergelding der goddelozen zien.

9        Want Gij, HEERE! zijt mijn Toevlucht! Den Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek;

10      U ZAL GEEN KWAAD WEDERVAREN, EN GEEN PLAGE ZAL UW TENT NADEREN.

 

         En omdat ons verteld wordt dat Christenen een beter verbond en betere beloften (Heb. 8:6) hebben, zouden we niet MINDER moeten VERWACHTEN dan beloofd is aan degenen die van de Heere hun toevlucht hebben gemaakt in de oudere tijden.

         Maar nu leven we in de dag waarin mensen geloven dat “een theologie samenstellen” op de een of andere manier antwoordt aan de buitengewone dingen die onze Here Jezus Christus ons aangeboden heeft, en aan de WAARSCHUWINGEN die Hij geuit heeft aan degenen die niet wilden DOEN zoals Hij zei, EN HIJ ZEI…

 

Matt.7:26-27           En een iegelijk, die deze Mijn woorden hoort en dezelve niet doet, die zal bij een dwazen man vergeleken worden, die zijn huis op het zand gebouwd heeft;

27      En de slagregen is nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangeslagen, en het is gevallen, EN ZIJN VAL WAS GROOT.

 

         Maar, O! Kijk uit! De zelfaangestelde “verdedigers” van de genade van God schreeuwen “Maar niemand wordt gered door werken!”. Ze willen mij, en jou, er aan herinneren dat dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, dien Hij gezonden heeft (Joh. 6:29). Ze zijn zo wanhopig hun “theologische conclusies” te verdedigen, dat ze bereid zijn Christus Zichzelf te laten tegenspreken en, NATUURLIJK, kunnen ze zich alleen de schriftgedeelten herinneren die hen schijnen te bevrijden van de noodzaak om te gehoorzamen of iets te ontvangen. Maar Jezus zei Wat noemt gij mij, Heere, Heere! en doet niet hetgeen Ik zeg? (Lukas 6:46)

         Iedereen vandaag de dag weet dat het woord “evangeliebetekent “GOED NIEUWS”: maar het is precies wat nu gewoonlijk “het goede nieuws” wordt genoemd, wat de leer van de afval IS. Het “goede nieuws”, zeggen zij, is dat ALLES AL GEDAAN EN VOLBRACHT IS; en daarom: HOEF JE NIETS TE DOEN!!! Het “goede nieuws”, zeggen zij, is dat ABSOLUUT NIETS OOIT VAN JE VEREIST ZAL WORDEN, omdat redding een “vrije gave” is. Verder waarschuwen zij je dat als iemand denkt dat bepaalde veranderingen, offers of daden van gehoorzaamheid nodig zijn voor HUN EIGEN redding, zij proberen gered te worden door “werken”; en daarvoor zijn zij dubbel veroordeeld. Dit idee: dat God iedereen totaal vergeven, geaccepteerd en bevestigd heeft die alleen wil ZEGGEN dat Jezus Christus de Zoon van God was en dat Hij stierf voor onze zonden, is een ABSOLUTE TEGENSPRAAK met wat Jezus Zelf over deze dingen te zeggen had.

 

         Jezus zei:

 

Markus 9:43            En indien uw hand u ergert, houwt ze af; het is u beter verminkt tot het leven in te gaan, dan de twee handen hebbende, heen te gaan in de hel, in het onuitblusselijk vuur;

 

         De genade van God die ons redt, staat ons NIET toe tot het leven in te gaan of we nu de ergerende hand afgehouwen hebben of niet: maar IS die openbaring van waarheid die ons BEREID en IN STAAT maakt om ALLES af te houwen wat tussen ons en redding in de weg staat. Let op wat Jezus hier zegt: iemand kan VERMINKT tot het leven ingaan. Dat wil zeggen, iemand kan bekeerd worden en tot het EEUWIGE leven ingaan (gered worden) terwijl hij kreupel of verminkt is. Dit kan geen verwijzing zijn naar het uiteindelijke naar de hemel gaan, want er zijn geen verminkte mensen in de hemel, en niemand die hoort tot de opstanding der rechtvaardigen (Lukas 14:14) zal opgewekt worden in een verminkt lichaam. Jezus zet het GERED worden ten koste van een hand tijdens dit leven tegenover de  twee handen hebbende, in te gaan in de hel. Deze woorden van Jezus, en vele meer zoals deze, WEERSPREKEN het idee dat iemand tot het leven kan ingaan door slechts “geloofsbelijdenissen” en “leerstellingen” te onderschrijven.

         En ook, toen Jezus tegen de Rijke Jongeling zei Zo gij wilt volmaakt (compleet) zijn, ga heen, verkoop wat gij hebt, en geef het den armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, volg Mij (Matt. 19:21), toen LOOG HIJ NIET TEGEN DEZE MAN. Zou je durven te suggereren dat als deze man Jezus gehoorzaamd had, en PRECIES gedaan had wat Jezus hem verteld had, dat de Heer hem dan veroordeeld had voor het proberen gered te worden door werken? Waar we het hier nu over hebben, is…

 

De Protestantse Fout

 

         Er zijn altijd mensen geweest die wanhoopten voor God’s hulp, maar pas sinds de Reformatie is er een “officiële leer” geweest die overgave in de Heiligen bevordert. In hun doel het idee ongeloofwaardig te maken dat iemand “zijn plaats in de hemel zou kunnen verdienen” door deelname aan ceremonieën, vasten en het kopen van aflaten, eindigden de Hervormers er uiteindelijk in te impliceren dat God GEEN achting heeft voor volharding en heldhaftige gehoorzaamheid. Zij die op zoek waren naar een reden om hun ongelovige angsten en hun gebrek aan dienstbaarheid te rechtvaardigen, HIELDEN GEWOON VAN DIT IDEE en DAARDOOR werd het populair om hen te waarschuwen die in extremen gingen om Zijn wacht waar te nemen, en in het zwart te gaan, voor het aangezicht des HEEREN der heirscharen (Mal. 3:14), dat zij gevaar liepen verworpen te worden door God voor zelfrechtvaardiging!

         De soevereiniteit van God in alle zaken van bekering en heiliging werd op zo’n manier gepresenteerd dat ALLES “God’s schuld” wordt: voorzover dat elk persoonlijk falen en voorkomende zonde toegeschreven kon worden aan een gebrek aan God’s liefde. Hoe vaak hebben we dingen horen zeggen als:

 

         “Bij de genade van God, daar ga ik”,

 

als een uitleg voor waarom we niet zo verdorven of gebonden door zonde, ziekte en tragedie zijn als sommige andere mensen? God werd VERANTWOORDELIJK gehouden voor het mensen verplichten berouw te tonen en het beter te doen: DAAROM werd hoopvol verondersteld dat God de consequenties van enige zonde die we gewoonlijk begaan zou onderdrukken of verminderen.  En dan, als zo’n mens het lijden ziet van de consequenties van diens zonde, kan hij niet ontsnappen aan de natuurlijke conclusie dat God hem laat lijden of maakt dat hij lijdt voor het falen voor een test waarvoor “genade” hem niet in staat stelde om daar doorheen te komen (1 Cor. 10:13). Maar zo’n conclusie maakt God tot een wrede en verraderlijke tiran die meer van ons eist dat Hij ons in staat stelt om te doen EN ONS DAN STRAFT VOOR HET FALEN DAT TE DOEN!: en hieraan toe te geven vernietigt elk voorwendsel van godvruchtigheid. De noodzaak tenminste nog een façade van religie op te houden vereist dat hij “aardige dingen” over God ZEGT en zijn bittere en verbolgen vermoedens verbergt, zelfs als die vast verschanst blijven zitten in zijn hart als onvermijdelijke conclusies. Als een man bang is God openlijk te beschuldigen; niet in staat op te houden God in zijn hart te beschuldigen; en NIET BEREID het feit onder ogen te zien dat dit zo is, dan heeft hij geen keus dan te hopen dat zijn bereidheid om “de beul te vleien” hem nu wat genadigheid oplevert, en later een reis naar de hemel. Om deze “sprong” van godslastering naar vleierij te maken, worden zij die HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE omarmen “apathisch” en rekenen hun problemen tot gewoon “hun eerlijk aandeel” van de normale ellende van de mensheid, waaraan NIEMAND, zo benadrukken zij, kan of zal ontsnappen. Evenmin zal hij erkennen dat zijn koppige weerstand tegen correctie in enige andere zaak, hoewel niet duidelijk verbonden met zijn huidige probleem, de Heilige Geest zodanig kan kwetsen dat hij “dit” niet kan ontsnappen totdat hij “dat” beleden heeft. De Apostel zegt, Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg (Gal. 5:9), maar zij die HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE omarmen, geloven dat een “weinigzuurdesem slechts een “klein” probleem kan veroorzaken.

         Uiteindelijk is dit de man die God vleit met zijn mond terwijl hij het Hem kwalijk neemt en Hem beschuldigt in zijn hart, en de belangrijkste leer van zijn geloof is een definitie van “genade” die hem excuseert van de verplichting te leren, veranderen of berouw te tonen van WAT DAN OOK. Maar NEE! Hij kan zelfs daaraan niet trouw zijn: want terwijl hij weigert om “geplaagd” te worden door woorden van mij of enig ander mens, is hij altijd bereid “berouw te doen” van iets zodra het duidelijk wordt dat verdere koppigheid direct beloond zal worden met de wraak van mensen, of ziekte tot gevolg heeft, of eindigt in materiële verliezen.

         En dan, omdat God alleen verantwoordelijk werd gehouden om ons te “inspireren” goede werken te doen, kan elke poging om de leringen en geboden van Jezus Christus te gehoorzamen, die niet min of meer vanzelf gaan, bestempeld worden als een poging tot “zelf-rechtvaardiging”. De volmaakte rechtvaardigheid van Christus werd gepresenteerd als de ENIGE rechtvaardigheid die ENIGE betekenis hoe dan ook heeft in God’s ogen, en zij zouden zeggen, “Niets kan er aan toegevoegd worden, of er van weggenomen worden”. En omdat het veilig voelde en nederig leek om te benadrukken dat niemand ooit zo rechtvaardig als Christus kon worden tijdens dit leven, werd elke VRIJWILLIGE poging om praktische rechtvaardigheid te bereiken beoordeeld als zinloos, zo niet aanmatigend. En, zoals ik eerder zei, elke poging om “meer rechtvaardig te worden” door aanhoudende pogingen of heldhaftige gehoorzaamheid werd verworpen: en zij die zulke dingen deden, werden BESCHULDIGD VAN HET ONTKENNEN VAN DE GENOEGZAAMHEID VAN GOD’S VOORZIENING IN CHRISTUS. Deze vroom klinkende uitlatingen, die beweren God te eren door de rechtvaardigheid van Christus te maken tot de verloochening van elke poging om te wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft (1 Joh. 2:6), werden het nieuwe “volks motto”: en iedereen die het waagde deze stellingen in twijfel te trekken, werd luidruchtig verworpen door de verdedigers van twijfel en luiheid, en beschuldigd van het leren van een “redding door werken”.

         MAAR… op hetzelfde moment dat van iedereen geëist werd toe te geven dat AL hun werken geen “verdienste” waren in de ogen van God, eisten hun leraren ook van hen dat zij een bepaald deel van deze zelfde “werken” deden, door dingen als dit te zeggen:

 

         “Naar de kerk gaan zal je niet redden, MAAR JE KUNT MAAR BETER NAAR DE KERK GAAN, WANT ANDERS!”

 

         “Je kunt je plaats in de hemel niet kopen, MAAR JE KUNT MAAR BETER WAT VAN DAT GELD AAN GOD OVERHANDIGEN, WANT ANDERS!”

 

         “Het weerstaan van verleiding maakt je niet rechtvaardig, MAAR JE KUNT MAAR BETER STOPPEN MET DIE ZONDEN, WANT ANDERS!”

 

         Het bedrog van hen die De Protestantse Fout leren, wordt duidelijk onthuld door het feit dat zij zich REALISEREN hoe hun eigen religieuze koninkrijken in gevaar komen door deze concepten, en daarom vinden ze het nodig om mensen in religieuze diensten te dreigen of dat oogluikend toe te laten. Iedereen die het waagt om hun leer van “vrije genade” te gebruiken als een excuus voor het weigeren bij te dragen en deel te nemen, worden door hen beschouwd met achterdochtige jaloersheid. Ze kunnen niet de gedachte verdragen dat iemand anders even aangenaam voor God is die niet aan dezelfde plichten heeft voldaan als waar zij zich toe verplicht voelen. Zo hebben zij in feite hun eigen leer van “vrije genade” verworpen: ze hebben eenvoudigweg de eisen verlaagd naar hun eigen prestatieniveau en dan iedereen verdoemd die niet aan hun eigen verlaagde standaarden kan voldoen. De kracht die de massa’s van het Protestantisme vandaag de dag drijft is de siddering des mensen (Spr. 29:25); want de enige standaarden waartoe ze zich gedrongen voelen daarnaar te leven worden gepersonificeerd door de meerderheid. Van iedereen wordt verwacht “naar de kerk te gaan”, maar van niemand wordt verwacht dat hij verlaat, alles wat hij heeft (Lukas 14:33); en iedereen die suggereert dat we dat MOETEN doen, wordt veroordeeld als een “wetticist”! Wat een VERSLAGEN en slaafse religie hebben zij gemaakt! Ze hebben een God voor ons geschetst, Die niet onder de indruk is als we alles verlaten, maar dreigt ons te straffen als we niet een beetje willen verlaten! Ze hebben een God voor ons geschetst, Die al onze zonden heeft “vergeven en vergeten”, maar toestaat dat we in en door een aantal daarvan toch lijden! Ze hebben een God voor ons geschetst, Die ons verleidt met beloften van troost, wonderen en glorie en dan eist dat we zonder die tevreden zijn. Verspil je energie niet door me te proberen te vertellen dat het niet zo is: jij en ik, en elke andere Christen die we kennen, heeft veel tijd knarsetandend doorgebracht in de duisternis van deze “theologische spelonk”.

         Uiteindelijk heeft de populaire acceptatie van De Protestantse Fout toegestaan dat zij, die zich gestoord hebben aan enig ongemakkelijk vereiste dat door religie is opgelegd, zich gerechtvaardigd voelen te weigeren zich te onderwerpen aan enige kostbare gehoorzaamheid aan Het Woord van God: ook hadden ze er genoegen in om minachtend iemand af te wijzen wiens voorbeeld van moed en toewijding een opvallend contrast vormde met hun eigen gemakzucht. Deze fatalistische en sombere blik verstikte vurigheid, geloof en moed onder de Christenen die het omarmden en bracht zelfs beschimping over degenen die het waagden tot uitersten te gaan in hun geloof. Hierdoor werd St. Franciscus, die zijn familie fortuin weggaf en naakt en blootsvoets in de bossen wandelde om de fout van de Rijke Jongeling te vermijden (Matt. 19:16-22), niet langer beschouwd als een man om na te volgen; maar in plaats daarvan werden zulke akties bestempeld als de zinloze worstelingen van onverlichte mensen die niet begrepen wat het betekent om zalig geworden te zijn uit genade, door het geloof (Ef. 2:8-9). Juist het feit dat sommige mensen een wanhopigheid vertoonden om in overeenstemming gevonden te worden met de leringen van Jezus werd gemaakt tot precies het bewijs dat zij God’s genade en vergeving geweigerd hadden, en probeerden “zichzelf te redden” door werken.

         Dus nu leven we aan het einde van 500 jaren van woordenstrijd voeren, hetwelk tot geen ding nut is, dan tot verkering der toehoorders (2 Tim. 2:14). Er is geen manier om een “leer” te maken die bemiddelt tussen God’s soevereiniteit en de verantwoordelijkheid van een mens, want de Bijbel voorziet ons niet van samenvoeging van deze dingen. Zij die zichzelf als overwinnaars schilderen van een van de twee kanten van die altijd populaire “genade versus verantwoordelijkheid” discussie, moeten altijd de schriftgedeelten negeren die duidelijk ingaan tegen de alom bekende conclusies die onvermijdelijk door beiden zijden naar voren worden gebracht. Zij die zich graag voegen bij een soort van oorzaak/gevolg argument om hun zonden of gebrek aan dienstbaarheid te rechtvaardigen, wordt verteld dat God alles weet over hun klachten, maar dat ze van deze dingen toch rekenschap zullen moeten afleggen en verantwoordelijk zullen worden gehouden (Rom. 9:19-23, Matt. 25:24-30, Lukas 12:47-48, Gal. 6:7).

 

2 Tim.2:19             Evenwel het vaste fondament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn; en: Een iegelijk, die den Naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid.

 

         JA! De Bijbel verklaart dat er eeuwige zekerheid is voor degenen die bekeerd zijn: MAAR! Er is niet veel zekerheid voor degenen die veronderstellen dat ze niet langer enige ongerechtigheid hebben om afstand van te doen. Die daar zegt: Ik ken Hem, en ZIJN GEBODEN NIET BEWAART, die is een LEUGENAAR, en in dien is de waarheid NIET (1 Joh. 2:4). En nu, in deze laatste dagen, is de Protestantse Fout uiteindelijk geworden tot…

 

De Charismatische Fout

 

         Dus nu hebben zij die niet bereid zijn het te doen zonder God’s bijzondere hulp voor zichzelf een manier verzonnen om “die hulp te krijgen”, zonder hun hand of voet af te houwen, of iets anders! De Protestantse Fout in zich opgenomen: dat heldhaftige pogingen en kostbare offers (als HANDELINGEN VAN GEHOORZAAMHEID aan het Woord van God in De Bijbel) zinloos zijn, of zelfs verraderlijk; hebben zij voor zichzelf EEN DING overgelaten dat ze nog MOETEN, KUNNEN en bereid zijn te doen: dit ene ding dat ze bereid zijn te “doen” is: “geloof” hebben.

         Met “geloof” bedoelen zij om de beloften letterlijk en direct te nemen, maar NIET omdat “de Bijbel het zegt”. Ze zien de beloften als “Goddelijke bevestigingen” van wat de theologie van de noodzakelijkheid altijd concludeert: Dat ALS er een God is, Hij zowel almachtig als goed moet zijn; daarom moet Hij zowel bereid als in staat zijn om hun eigen beschrijving van “goedheid” TELKENS WEER te vervullen. Ze beschouwen de beloften van genezing, bevrijding en voorspoed als verklaringen van de ONVOORWAARDELIJKE wil van God; en dat de enige reden dat iemand niet geneest, voorspoedig is en gered wordt, is dat zij niet volharden in het eisen van deze “goede” dingen met onwrikbaar vertrouwen. “Geloof” wordt dan een “kracht binnenin ons” die we kunnen GEBRUIKEN om de beloften te “grijpen”, welke op een bepaalde manier boven ons zweven: nog slechts wachtend tot we ze “grijpen”. De oefening tot godzaligheid (1 Tim. 4:7) wordt dan voor hen een oefening in zelfhypnose en hersenspoeling: als ze proberen zichzelf en elkaar te overtuigen om “meer geloof te hebben”. Deze visie negeert het feit dat de meeste van de beloften voorwaarden direct daaraan verbonden hebben, dan wel geïmpliceerd door de context waarin ze gegeven zijn (Matt. 7:11). Deze visie negeert ook het Bijbelse getuigenis dat sommige van onze problemen feitelijk kastijdingen zijn (Heb. 12:8, Kol. 3:5-6), of tuchtigingen voor het niet achten van heilige dingen (1 Cor. 11:28-32). Precies het feit dat velen die De Charismatische Fout omarmen, schijnen “te krijgen waar ze om vragen”, verleidt zelfs de meest serieuze gelovigen om de ernstige jacht naar heiligheid (Heb. 12:14) en gezonde leer (1 Tim. 4:16) te verlaten om deze “vetpot” te bemachtigen. Zo’n perspectief is ERG AANTREKKELIJK voor mensen, want ze kunnen dan “geloof hebben” voor de beloften, maar niet schuldig zijn aan zonde voor het falen om hetzelfde “geloof” te hebben voor de geboden. Er is zeker veel geloof voor nodig om te gehoorzamen aan geeft een iegelijk, die van u begeert (Lukas 6:30). Voor hen is geloof ten diepste een voorrecht, of een mogelijkheid voor zegening; niet een absoluut onveranderlijk en ongematigd vereiste: wanneer in feite Waar Geloof de praktische vervulling is van het 1e Gebod (Deut. 6:5); en het falen het te hebben draagt in zich de ernstigste consequenties (Heb. 10:38-39). Ze rekenen het niet tot zonde wanneer ze er niet in slagen de beloften te krijgen, dus rekenen ze het niet tot zonde als ze “onvoldoende geloof” hebben om de geboden te gehoorzamen.

         De Charismatische Fout heeft hetzelfde effect als de Protestantse Fout: want het enige ding dat werkelijk voor hen van belang is, is een vorm van arrogant eisen dat zij “geloof” noemen, er is niets te winnen door het maken van heldhaftige daden en kostbare offers. Ze zijn altijd aan het wachten op “de geest” om hen te “inspireren” voordat ze iets kostbaars of riskants doen (en natuurlijk is wat ze hiermee bedoelen dat elke daad van gehoorzaamheid aan Het Woord van De Bijbel die niet makkelijk afgaat, “ongeïnspireerd” moet zijn). De Charismatische visie beschouwt elk schriftgedeelte als een “dode letter” tenzij zij zich er door “geïnspireerd” voelen; en natuurlijk zijn zij altijd “geïnspireerd” door de beloften van gezondheid, rijkdom en werelds succes. De enige andere schriftgedeelten die ze koesteren zijn degenen die hen schijnen te bevrijden van enige verplichting aan de rest van de Bijbel. Bekijk als voorbeeld eens hoe 1 Corinthiërs 14:34-37 door de Charismatische Kerken met smalende straffeloosheid aan de kant wordt gezet.

         Het is ook opmerkelijk hoe de centrale focus van de Charismatische leer van “geloof” is HOE JE DINGEN KRIJGT. Zij die De Charismatische Fout aanhangen, richten zich op alles dat “positief” en “bevestigend” lijkt in de Bijbel, maar ze hebben weinig of geen begrip voor iets dat hun zoektocht naar gezondheid, rijkdom en populariteit schijnt uit te dagen. De hardnekkigheid waarmee ze vasthouden aan elke lettergreep en aanduiding van “Alle dingen zijn mogelijk voor hem die gelooft” wordt totaal gemist wanneer ze horenAlzo dan een iegelijk van u, die niet verlaat ALLES, wat hij heeft, die kan Mijn discipel NIET zijn.” (Lukas 14:33). De Charismatischen GEBRUIKEN RELIGIE als een manier om de gehele wereld te winnen (Markus 8:36): en JA, INDERDAAD: het lijkt erop dat God hen daarmee weg LAAT komen! Op geen enkele manier zien zij zichzelf ooit als schapen ter slachting (Rom. 8:36) en zij kunnen niet zien hoe trouw aan God er voor zou kunnen zorgen dat degene die zo’n geloof heeft, wordt beschouwd als uitvaagsels der wereld en aller afschrapsel (1 Cor. 4:13). Ze hebben God’s beloften veranderd in een veronderstelling van God’s automatische goedkeuring over al hun wereldse ambities, en ze ontlenen aan deze beloften het recht om al de dingen te eisen die hoog zijn onder de mensen (Lukas 16:15). Ze worden zonder twijfel beschreven in Openb. 3:14-18 en ze verpersoonlijken in veel opzichten De Grote en Uiteindelijke Afval van het Christendom.

 

         Jezus zei:

 

Matt.10:39             Die zijn ziel vindt, zal dezelve verliezen; en die zijn ziel zal verloren hebben om Mijnentwil, zal dezelve vinden.

 

         Maar deze uitspraak, en vele anderen zoals deze; die kwamen uit dezelfde mond die zeiAlle dingen zijn mogelijk voor hem die gelooft”; heeft weinig of geen betekenis voor hen die De Charismatische Fout aanhangen.

 

De Gezamenlijke Fout

 

         Wat de Protestanten en de Charismatischen hebben gedaan, is Het Woord van God in tweeën scheuren: de beloften op de ene bladzijde zettend en de geboden op een andere.

         Als je gelooft dat gehoorzaamheid aan de geboden niet noodzakelijkerwijs een adequate en bevredigende vervulling van de beloften verzekert, kun je niet vertrouwen in de beloften je te beschermen wanneer gehoorzaamheid aan de geboden je in gevaar brengt. Als je gelooft dat “geloof” ten diepste een voorrecht is: een mogelijkheid om “extra bonussen” te krijgen; dan wordt het falen de geboden te gehoorzamen geen grotere zonde dan het falen om de beloften te ontvangen. Jezus zei de Schrift kan niet gebroken worden (Joh. 10:35), maar zij die HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE aanhangen hebben het gebroken: in geboden die straffeloos genegeerd kunnen worden; beloften die of genegeerd of arrogant geëist kunnen worden; en “genade leerstellingen” die hun falen rechtvaardigen om of de beloften te ontvangen OF de geboden te gehoorzamen.

         De rest van de Bijbel gebruiken ze enkel voor de samenstelling van leerstellingen voor ingewijden die geen feitelijk doel hebben, behalve een excuus te verschaffen voor twisten en partijschappen. Telkens wanneer ze geconfronteerd worden met iemand die ze in diskrediet willen brengen en verwerpen, zullen ze deze ONBEDUIDENDE ONDERSCHEIDINGEN IN GELOOFSBELIJDENIS de een na de ander naar voren brengen totdat je het uiteindelijk niet eens bent: en zodra je dat doet, hebben ze je “vastgepind” als iemand die ze veilig kunnen negeren. Zij maken een mens schuldig om een woord, en leggen dien strikken, die hen bestraft in de poort; en die den rechtvaardige verdrijven in het woeste (Jesaja 29:21).

 

De Fundamentele Fout

 

Matt.6:33               Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.

 

         Door deze stelling, en vele anderen als deze, brengt onze Heer naar voren dat we maar EEN verantwoordelijkheid hebben, en EEN verplichting om tegemoet te komen. Die verplichting is om EERST het koninkrijk van God te zoeken; en het koninkrijk van God is niet een bepaalde “plaats in de lucht”. Het koninkrijk van God is de HEERSCHAPPIJ, of REGERING van God over onze levens.

 

Rom. 12:2              En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds (Grk: denkvermogen, verstand), opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.

 

         Het feit dat Jezus ons leerde te bidden, Uw wil geschiede (Matt. 6:10), impliceert dat, tenzij wij Deszelfs willen doen (Joh. 7:17), we nooit Zijn wil zullen weten. Als we ZEGGEN dat we Zijn wil willen doen, maar het “nu direct” NIET KUNNEN, omdat we niet weten wat het is, hebben we ontkend dat zij, die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid zullen verzadigd worden (Matt. 5:6). Als we ZEGGEN dat we Zijn wil willen doen, maar ons niet inspannen om Zijn wil te leren en te doen, zijn we net als de Farizeeën geworden, want zij zeggen wel, maar doen niet (Matt. 23:23).

         Maar zij die HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE aanhangen, veronderstellen dat de volmaakte wil van God voor ons een oneindige eis is waar we altijd aan te kort schieten: dus zelfs als een mens heldhaftige daden doet en kostbare offers brengt, blijft de volmaakte wil van God oneindig ver weg van hem, zodat hij er niet dichterbij is dan voordat hij deze dingen deed. Zij die HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE aanhangen, weigeren te geloven dat de volmaakte wil van God voor hen in één gebied van hun leven tegelijk, door één daad tegelijk bereikt kan worden. Evenmin willen zij erkennen dat de volmaakte wil van God een “kleine stap” zou kunnen zijn richting een grote verandering: alsof God nooit Zijn volmaakte wil aanpast aan onze angsten en beperkingen. Voor hen is de volmaakte wil van God ALTIJD een blijvend onbereikbaar vereiste. Ze komen tot de conclusie dat de volmaakte wil van God onbereikbaar is tijdens dit leven en dat ze zich mogen verexcuseren om het zelfs maar te proberen. Door dit soort van redeneren maken zij van de Heer een “hard mens” (Matt. 25:24) die meer van ons eist dan Hij ons in staat stelt om te doen. MAAR ze moeten een manier vinden om zichzelf er van te verzekeren dat ze niet in gevaar zijn: zelfs als zij NOOIT bezig zijn de volmaakte wil van God te doen; en DAAROM veranderen ze elk ongemakkelijke eis die aan hen gesteld wordt in een GETUIGENIS VAN HUN HULPELOOSHEID: wiens ENIGE doel is hen te bewijzen dat ze niet door “werken” gered kunnen worden. Ze verexcuseren zichzelf van het doen van de volmaakte wil van God in een bepaald specifiek ding, door de volmaakte wil van God te maken tot een MILJOEN dingen; en “wie”, zeggen ze, “kan een miljoen dingen doen?” Maar DIT is precies de GROTE LEUGEN die zij aangehangen hebben om zichzelf te verexcuseren van het doen van een klein deel van een bepaald specifiek ding! Onze Here Jezus, Die zei, Ik ben gekomen, opdat zij het leven hebben, en overvloed hebben (Joh. 10:10), heeft AL onze verantwoordelijkheden en verplichtingen naar maar EEN ding dat nodig is.

 

Lukas 10:38-42        En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis.

39      En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde.

40      Doch Martha was zeer bezig met veel dienens, en daarbij komende, zeide zij: Heere, trekt Gij U dat niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg dan haar, dat zij mij helpe.

41      En Jezus, antwoordende, zeide tot haar: Martha, Martha, gij bekommert (vol van zorg) en ontrust (bezorgd) u over vele (miljoenen) dingen;

42      MAAR EEN DING IS NODIG; doch Maria heeft het goede deel uitgekozen, hetwelk VAN HAAR NIET ZAL WEGGENOMEN WORDEN.

 

         Maar O! Wat een woede en laster zal er zeker over iemand komen die durft te HANDELEN alsof maar een ding nodig is: wanneer de goede, acceptabele en volmaakte wil van God de normale verantwoordelijkheden en verplichtingen schijnen te negeren, waarvan onze buren, onze vrienden en onze familie verwachten dat wij ze vervullen!

         EN NU heb ik je geleid naar de rand van de afgrond, en je zult OF jezelf toewijden aan EERST het koninkrijk van God te zoeken, in het geloof dat, als je dat werkelijk doet al deze andere dingen, die je nodig hebt, je toegeworpen zullen worden; OF je zult excuses maken en argumenteren over uitzonderingen: en door dat te doen, zul je je onttrekken ten verderve (Heb. 10:39).

 

Maleachi 3:16-18     Alsdan spreken, die den HEERE vrezen, een ieder tot zijn naaste: De HEERE merkt er toch op en hoort, en er is een gedenkboek voor Zijn aangezicht geschreven, voor degenen, die den HEERE vrezen, en voor degenen, die aan Zijn Naam gedenken.

17      En zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage, dien Ik maken zal, Mij een eigendom zijn; en Ik zal hen verschonen, gelijk als een man zijn zoon verschoont, die hem dient.

18      Dan zult gijlieden wederom zien, het onderscheid tussen den rechtvaardige en den goddeloze, tussen dien, die God dient, en dien, die Hem niet dient.

 

MAAR, ZEG JIJ, “EN MIJN ZONDEN DIE IK AL GEDAAN HEB DAN”?

 

         Natuurlijk hebben de heiligen hun falen en teleurstellingen op hun weg, maar dit falen zou niet genomen moeten worden als “tekenen” dat we onze verwachtingen zouden moeten verlagen, of onze belijdenis zouden moeten verwateren. Want wij zijn Christus deelachtig geworden, ZO (indien) wij anders (mits) het beginsel van dezen vasten grond tot het einde toe vast behouden (Heb. 3:14). De rechtvaardigen kunnen honderden keren “vallen” of falen, MAAR ZE STAAN ALTIJD WEER OP: Als zij door het dal der moerbezienbomen doorgaan (huilen), stellen zij Hem tot een fontein; ook zal de regen hen gans rijkelijk overdekken. Zij gaan van KRACHT tot KRACHT; een iegelijk van hen (al de heiligen) zal verschijnen voor God (krijgt God’s bijzondere aandacht) in Sion (Psalm 84:6-7).

 

Spr.24:16               Want de rechtvaardige zal zevenmaal vallen, en OPSTAAN; maar de goddelozen zullen in het kwaad nederstruikelen.

 

Psalm 34:19           Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen; maar UIT ALLE die redt hem de HEERE.

 

         De Echte Heiligen herstellen niet alleen en gaan door, maar ze worden ook STERKER en vastberadener dan ooit om alles dat God beloofd heeft te verkrijgen; wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt; En de lijdzaamheid bevinding, en de bevinding hoop (Rom. 5:4). Het afkalven van de ijver is een teken van slecht geloof. Echte Christenen verzwakken niet naarmate de tijd voorbijgaat, want het pad der rechtvaardigen is gelijk een schijnend licht, voortgaande en lichtende tot den vollen dag toe (Spr. 4:18). De Echte Heiligen KUNNEN meer en betere redenen vinden om bemoedigd te zijn in hun jacht naar God tijdens het verstrijken van de tijd. O, er zullen er zijn die zullen zeggen dat ze “een lange weg” met God gegaan zijn en geen resultaat hebben bereikt. Wacht eens even! Heb jij “een lange weg gegaan” op de weg die de Bijbel beschrijft? Want…

 

Psalm 25:12-14       Wie is de man, die den HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te verkiezen.

13      Zijn ziel zal vernachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beerven.

14      De verborgenheid des HEEREN is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.

 

         Toen je net gered was, leek het er misschien op dat de Heer snel was om op de een of andere manier te antwoorden bijna elke keer dat je naar Hem riep; maar nu antwoordt Hij niet zo vaak meer, of zo snel. Waarom? Misschien wil de Heer dat je verandert en zal hij niet langer de populaire ideeën over geloof en rechtvaardigheid, die je gemeenschappelijk had met alle anderen VOOR je bekering, door de vingers zien (Hand. 17:30). Iedereen in een “Christelijk land” denkt dat hij weet wat Echt Christendom is, maar de Bijbel zegt dat de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem DWAASHEID, en hij kan ze NIET verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden (1 Cor. 2:14). De poging om deze van voor je bekering stammende ideeën over God, rechtvaardigheid en Waarheid bevestigd te zien eindigt altijd in teleurstelling. En dan, als je niet bereid bent je leer, je loyaliteiten of je gedrag te VERANDEREN, zal er geen andere mogelijkheid meer zijn dan het aanvaarden van HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE. Misschien ben je al begonnen excuses te maken voor het verschil tussen de manier waarop de dingen gaan in je leven en de manier waarop de Bijbel ZEGT dat ze zouden moeten gaan.

 

Heb.2:1-4              Daarom moeten wij ons te meer houden aan hetgeen van ons gehoord is, opdat wij niet te eniger tijd doorvloeien.

2        Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft;

3        Hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? dewelke, begonnen zijnde verkondigd te worden door den Heere, aan ons bevestigd is geworden van degenen, die Hem gehoord hebben;

4        God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.

 

         God heeft misschien je streven door de vingers gezien om EEN AANTAL valse leren te vertegenwoordigen en te verdedigen, die je accepteerde op grond van de autoriteit van andere mensen toen je jong in het geloof was: maar vroeger of later zal het duidelijk worden dat God enkel geïnteresseerd is in het bevestigen van het geloof, dat eenmaal den heiligen overgeleverd is (Judas 1:3) in JOUW leven. Als je de God van de Bijbel vreest, dan zul je je leer krijgen van die Bijbel en als jouw “kerk” niet in overeenstemming is met die leer, dan zul je hen corrigeren, negeren of achterlaten.

 

Spr. 29:25              De siddering des mensen legt een strik; maar die op den HEERE vertrouwt, zal in een hoog vertrek gesteld worden.

 

         Dit is geen klein ding. De meesten van ons die op een dwaalweg geleid zijn in een “geloof” dat God niet wil bevestigen, zijn hierin onder druk van hun “vrienden” terechtgekomen. En dan, omdat ze bang zijn veranderingen te maken die de afkeuring van hun vrienden, familie of kerk oproept, leren ze snel HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE te accepteren. Ze kijken rond in hun kerk om te zien wie werkelijk DE HELE WERELD OVERWONNEN heeft (1 Joh. 5:4) en omdat zo iemand er niet is, voelen ze zich er prima bij zelf een mislukking te zijn. Dit is nogal een trieste troost, nietwaar? Ben je werkelijk getroost door de gedachte dat NIEMAND ANDERS ook werkelijk de overwinning heeft behaald?

 

Heb.12:12-13          Daarom richt weder op de trage handen, en de slappe knieen;

13      En maakt rechte paden voor uw voeten, opdat hetgeen kreupel is, niet verdraaid worde, maar dat het veelmeer genezen worde.

 

Heb.12:5               En gij hebt vergeten de vermaning, die tot u als tot zonen spreekt: Mijn zoon, acht niet klein de kastijding des Heeren, en bezwijkt niet, als gij van Hem bestraft wordt;

 

         Maar je ondergaat misschien zo’n harde beproeving dat je bitter en boos bent tegen God. Ik heb ook zo’n periode gehad, maar ik heb geleerd dat:

 

Matt. 12:20            Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en het rokende lemmet zal Hij niet uitblussen, totdat Hij het oordeel zal uitbrengen tot overwinning.

 

         Je kunt je als een gekrookt riet voelen: je hoop en je geloof hebben zo’n klap gehad dat je geen kracht meer hebt om te blijven staan. Je voelt je kreupel door zwakheid en bent verdrukt door de zorgen van het leven. God zal je hierom niet verdoemen, en evenmin zal hij je die “laatste slag” geven die je uiteindelijk breekt.

         Je bent misschien de kluts kwijtgeraakt, je bent niet langer zeker dat je iets “zeker” weet over God: daarom lijkt je “vuur” uitgegaan te zijn, en je getuigenis is teruggebracht tot een rokend lemmet. God zal je hier ook niet voor verdoemen, en evenmin zal Hij je uiteindelijk “de nekslag geven”.

         Job klaagde bitter tegen God en hij klaagde ook tegen God voer zijn vrienden; maar Job stopte nooit met proberen God’s hulp en aandacht te krijgen. Gij hebt de verdraagzaamheid van Job gehoord, en gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer (Jak. 5:11). Maar Job’s vrienden, die niets anders deden dan God telkens weer vleien en verdedigen, werden verstoten (Job 42:7).

         Het zenden van oordeel tot overwinning betekent dat de Heer je wil zuiveren van je fouten, je misvattingen en je valse leer, en door dat te doen brengt Hij je naar die overwinning die je zo wanhopig nodig hebt. Als je geloof is doorgegaan een teleurstelling voor je te zijn, maak je er dan klaar en bereidwillig voor correctie te ontvangen, want alle paden des HEEREN zijn GOEDERTIERENHEID en WAARHEID, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren (Psalm 25:10).

 

         Laat me je vragen: De “god” die je dient, is hij de God,

 

Die AL uw ongerechtigheid vergeeft,

 

die AL uw krankheden geneest;

 

Die UW LEVEN verlost van het verderf,

 

die U KROONT MET GOEDERTIERENHEID en BARMHARTIGHEDEN;

 

Die uw mond verzadigt met het GOEDE,

 

UW JEUGD VERNIEUWT ALS EENS ARENDS (Psalm 103:3-5)

 

         Zeker, dit beschrijft de God die we allemaal willen vinden, dus WEES BEREID TE LEREN: want het is duidelijk dat NIET iedereen, die beweert “geloof” te hebben, de hulp krijgt die ze van God willen. Als je met geweld wil jagen, totdat je al de goedheid van God in je leven hebt gerealiseerd, dan moet je eerst:

 

Het Lawaai Overwinnen

 

         Je zult de oproer moeten negeren: dat is het doordringende LAWAAI van de onderwereld, waar vandaan je oneindig aangevallen wordt met bedreigingen, beschuldigingen, ideeën die de Bijbel tegenspreken en uitdagingen aan God’s trouw. Je moet je ook doof houden voor degenen om je heen die zich verontschuldigen en smoezen verzinnen, en zelfs in je eigen “kerk”. Zij, wiens religie bijdraagt tot ZELFVOLDAANHEID, COMPROMIS en LAFHARTIGHEID, willen niet dat iemand anders krijgt waar zijzelf in falen het te krijgen, omdat anders duidelijk zou worden dat God NIET VOLDAAN was met hun “religie”.

         En ZIE DAN OP naar de beloften en bevelen van Jezus Christus, Die zei:

 

Joh. 15:7               Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden.

 

          Onze Gezegende Heer en Redder spreekt niet over het inprenten van de een of andere kerk belijdenis, maar over Zijn eigen leer en hoe dat OVERVLOEDIGE LEVEN (Joh. 10:10) te krijgen, waar we zo veel over horen. Je zult al de uitleggingen en de overleggingen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God (2 Cor. 10:5) moeten verwerpen. BEGIN HELEMAAL OPNIEUW ALS DAT MOET! En steek je neus opnieuw in die Bijbel. Bestudeer de leer van onze Gezegende en Betrouwbare Here Jezus Christus, en DOE ZOALS JEZUS ZEGT.

          EN JEZUS ZEGT DAT JE TRAGEDIE KUNT VERMIJDEN:

 

Lukas 13:1-5           En er waren te dierzelfder tijd enigen tegenwoordig, die Hem boodschapten van de Galileers, welker bloed Pilatus met hun offeranden gemengd had (ze waren vermoord tijdens hun kerkdienst).

2        En Jezus antwoordde, en zeide tot hen: Meent gij, dat deze Galileers zondaars zijn geweest boven al de Galileers, omdat zij zulks geleden hebben?

3        Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen DESGELIJKS vergaan.

4        Of die achttien, op welke de toren in Siloam viel, en doodde ze; meent gij, dat deze schuldenaars zijn geweest, boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen?

5        Ik zeg u: Neen zij; maar indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen INSGELIJKS vergaan.

 

         Er kan zeker geen grotere tragedie zijn dan te eindigen in de hel, waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt (Markus 9:43-44): MAAR, dat is NIET waar Jezus het hier over heeft. Waar Jezus over spreekt, is hoe de tragedies te vermijden die zo gewoon zijn in dit leven. Jezus zegt NIET dat als zij zich bekeren, dat ze nooit deze wereld zullen hoeven te verlaten. De Apostelen Paulus en Petrus moesten beiden “deze wereld verlaten”, en ik denk dat het veilig is om te veronderstellen dat zij zich bekeerd hebben in overeenstemming met wat Jezus beval. Dus wat we door bekering kunnen vermijden, is niet het einde van ons leven in deze wereld (Joh. 12:25); maar een TRAGISCH EINDE. Zeker, degenen die naar Jezus toekwamen, om Hem te vertellen over deze tragedies, waren geschokt en verschrikt over de “schijnbare onrechtvaardigheid” van dit alles. Jezus wijst hen erop dat dezen slechts GEWONE MENSEN waren: ZIJ WAREN niet schuldenaars BOVEN alle mensen: zij waren enkel GEWONE schuldenaars. Hierdoor krijgen we dus te weten dat als we enkel GEWONE SCHULDENAARS zijn, het ons allen desgelijks zal vergaan. Met het woord “desgelijks” verwijst Jezus naar HOE het hun verging, niet het feit dat ze deze wereld verlaten hebben. Toen Jezus zei Zo iemand Mijn woord zal bewaard hebben, die zal den dood niet zien IN DER EEUWIGHEID (Joh. 8:51), verwierp Hij daarmee niet Zijn Apostelen, die hun leven zouden verliezen, om Christus’wil, en om des Evangelies wil (Markus 8:35): maar zei dat zij in der eeuwigheid niet DINGEN van de pijn, verschrikking en zorgen van de dood zouden ERVAREN.

         Er zijn ook vele verschrikkingen en zorgen die voor de dood op kunnen duiken. Iedereen zou willen weten hoe te ontsnappen aan de afschuwelijke dingen die continu gebeuren bij de mensen om ons heen. Zou jij dat niet willen weten?

         Jezus zegt dat indien gij u niet bekeert, zo zult gij allen DESGELIJKS vergaan: bekeren van WAT? De Bijbel zegt, Ziet toe, dat gij Dien, Die spreekt, niet verwerpt; want indien dezen niet zijn ontvloden, die dengene verwierpen, welke op aarde Goddelijke antwoorden gaf, veelmeer  zullen wij niet ontvlieden, zo wij ons van Dien afkeren, Die van de hemelen is (Heb. 12:25). Waar we ons dan van moeten bekeren is iets en alles wat we ontdekken dat strijdig is met de Wil en het Woord van God, TELKENS als het onder onze aandacht gebracht wordt.

 

MAAR,

 

         Als al de “goede Christenen” die je kent niet meer immuun schijnen te zijn voor de normale zorgen en tragedies van dit leven dan alle anderen, dan WEET je dat JIJ ook IN GEVAAR BENT. Ze gaan allemaal naar de kerk, zingen in het koor, geven hun geld en zeggen “Amen” op de juiste dingen; maar ze krijgen nog steeds afschuwelijke ziekten en sterven voortijdig. Hun “geloof” schijnt hun weinig meer dan troost te bieden; en omdat jij “niet beter dan hen bent”, verwacht je voor jezelf ook weinig meer dan “vertroostingen”.

 

         MAAR DE BIJBEL ZEGT:

 

2 Petrus 1:2-4         Genade en vrede zij u vermenigvuldigd door de kennis van God, en van Jezus, onzen Heere;

3        Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis Desgenen, Die ons geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd;

4        Door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij door dezelve der goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij ontvloden zijt het verderf (continu verval), dat in de wereld is door de begeerlijkheid.

 

         Het woord voor “begeerlijkheid” betekent “elk onbeteugeld of ongericht verlangen, passie of ambitie”. Iedereen van ons is een schepsel van BEHOEFTEN: we hebben voedsel en onderdak nodig; we hebben liefde en gezelschap nodig; we hebben glorie nodig (een gevoel van persoonlijke schoonheid en waarde); we hebben deugd nodig (energie en moed voor het najagen van rechtvaardigheid). We hebben al deze dingen nodig, EN NOG VEEL MEER, voor het onderhouden van het leven in deze wereld. De kennis van God voorziet ons met juiste LEIDING in hoe al deze dingen te krijgen. Als we er niet in slagen om geleid te worden door de kennis van God in het najagen van deze dingen, dan kijken we in de verkeerde richting, maken de verkeerde keuzes, en STROMPELEN VOORT in het CONTINUE morele, fysieke en geestelijke VERVAL (verderf) die DUIDELIJK aan het werk is in onze menselijke natuur. Mozes nu was honderd en twintig jaren oud, als hij stierf; zijn oog was niet donker geworden, en zijn kracht was niet vergaan (Deut. 34:7). Mozes deed duidelijk iets goed: IETS WAT veel van ons NIET goed doen.

 

Rom. 3:3               Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen?

 

         Overal om ons heen zijn de “zogenaamde bewijzen” dat veel, of de MEESTE van deze grote en kostbare beloften niet letterlijk genomen moeten worden. Elk van ons kan zijn eigen LIJST van onbeantwoorde gebeden en “geloofsavonturen”die faalden ophalen. Ondertussen zijn we omringd door hen die beweren te weten en te leven naar De Waarheid en die te vertegenwoordigen; maar ze zijn altijd deze grote en kostbare beloften aan het negeren of WEGREDENEREN, omdat OOK ZIJ gefaald hebben ze vervuld te zien worden in hun eigen levens. Ze zeggen dat deze grote en kostbare beloften voor “de oude dagen” waren, of dat ze niet bedoeld waren LETTERLIJK te nemen, maar enkel bedoeld zijn om gerealiseerd te worden als “bemoedigingen”. Ze IMPLICEREN dat onze Here Jezus Christus en de Apostelen de realiteit van deze grote en kostbare beloften OVERDREVEN als een “beeld” voor hoop. Jezus zei: bij God zijn alle dingen mogelijk (Matt. 19:26); en hiermee zullen ze instemmen; MAAR ze zullen je achterlaten met de uiteindelijke indruk dat alle dingen ONWAARSCHIJNLIJK zijn, OMDAT, zoals ZIJ zeggen, God er niet in “geïnteresseerd” is ons TEKENEN te geven; maar in ons “trouw blijven” zonder bewijs dat God onze religie bevestigt (Markus 16:17-20).

 

         MAAR DE BIJBEL ZEGT:

 

Matt.7:7-8              Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

8        Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.

 

Markus 11:24          Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.

 

Lukas 10:19            Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen.

 

Joh. 8:51               Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand Mijn woord zal bewaard hebben, die zal den dood niet zien in der eeuwigheid.

 

         Onze Here Jezus Christus zei deze dingen. Was Hij aan het overdrijven?

 

Fil. 4:6-7, 19          Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in ALLES, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;

7        En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.

19      Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus.

 

         De Apostel Paulus zei deze dingen. Was hij aan het overdrijven?

 

Jak. 5:15               En het gebed des geloofs zal den zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden.

 

         Jakobus zei deze dingen. Was hij aan het overdrijven?

 

         TOCH gaan veel mensen met deze grote en kostbare beloften om alsof ze niets meer waren dan een soort van “lokkertje”; alleen maar bedoeld om je het Christendom binnen te lokken en je dingen na te laten blijven jagen die je niet kunt bereiken. Zo maken zij deze grote en kostbare beloften tot MISLEIDENDE en NAGENOEG ONGRIJPBARE beloften. Ze durven er niet recht voor uit te komen en GOD EEN LEUGENAAR NOEMEN; dus, IN PLAATS DAARVAN, komen ze met een nieuwe “definitie” voor GELOOF, waarin “geloof” werkelijk niets meer is dan de bereidheid om een “god” te tolereren en vleien die ze in hun hart beoordeeld hebben als schuldig aan verraderlijkheid en onverschilligheid.

         DENK HIER EENS OVER NA: Een “vriend” schrijft je een brief, waarin hij belooft om “er voor je te zijn” wanneer je zijn hulp NODIG hebt; MAAR, hij komt niet opdagen. Je kunt bereid zijn om je vriend te VERGEVEN voor zijn falen “er voor je te zijn”, omdat hij NIET IN STAAT was je te helpen. Je kunt OOK bereid zijn je vriend te vergeven voor zijn falen om “zijn woord na te komen”, omdat je weet dat JIJ ook NIET altijd trouw bent aan je EIGEN beloften. Je bent bereid de ONBETROUWBAARHEID van je “vriend” te TOLEREREN, en zijn FALEN om TROUW te zijn niet te maken tot HET PUNT dat een einde maakt aan jullie vriendschap.

         God is NOOIT “niet in staat” tot WAT DAN OOK, en jij weet dat. Dus, ga je God “vergeven” dat hij “onbetrouwbaar” is, Hem daarbij beschuldigend van verraderlijkheid? Of zul je het feit onder ogen zien dat er maar 5 redenen zijn die kunnen gebeuren bij mensen die zich Christen noemen als reden waarom tragedie kwam of waarom in het ding dat nodig was niet snel genoeg werd voorzien om een zinvol verschil te maken.

 

1.    Er is geen God.

 

2.    God heeft geen sympathie voor jouw lijden, en negeert je roep om hulp.

 

3.    De Bijbel geeft niet goed weer wat je van God kunt verwachten, en hoe je het kunt ontvangen.

 

4.    Je voldeed niet aan de voorwaarde, duidelijk genoemd in de Bijbel, om de belofte te ontvangen.

 

5.    God weigert rechtvaardig en terecht je verzoek tot Zijn eigen glorie, en voor je eigen bestwil.

 

1 Petrus 5:6-7         Vernedert u dan onder de krachtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te Zijner tijd.

7        Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.

 

         O,maar er is altijd de “later” CLAUSULE: velen zullen zichzelf excuseren door te zeggen “God zal me later helpen”… ALTIJD LATER: maar niemand is ooit werkelijk getroost door de gedachte dat te Zijner tijd verwijst naar de onbepaalde toekomst of het einde van dit leven. DUS, je GEEFT jezelf OVER aan falen, angst en teleurstelling en je leert hoe een “god” te TOLEREREN die je moet “vergeven” voor HET NIET BEANTWOORDEN VAN JE GEBEDEN: een “god” die je moet “vergeven” voor het NIET DUIDELIJK GENOEG maken van de INSTRUCTIES: een “god” die je TOLEREERT omdat je bang van Hem bent, en je hoopt dat in je moment van ergste extremiteit Hij UITEINDELIJK “medelijden met je zal hebben” en Zich verplicht voelt je te helpen. Wat voor mens is het, die er de voorkeur aan geeft te leven in het aangezicht van een wrede en ongevoelige god; eerden dan te bekeren, veranderen en gezegend te worden?

         En er is GEEN mogelijkheid dat de reden, dat je niet ONTVING alle dingen die gij begeert, was omdat je er niet in slaagde het HARD GENOEG TE PROBEREN of LANG GENOEG UIT TE HOUDEN. Iedereen die het niet HARD GENOEG PROBEERT of LANG GENOEG UITHOUDT was vanaf het begin al niet betrokken. EN… iedereen, die zijn falen om de beloften te KRIJGEN “uitlegt” als door hun gebrek aan uithoudingsvermogen, ZOU ZE NOOIT KRIJGEN ongeacht hoe hard ze het probeerden. Zo’n man stelt feitelijk God op de proef: hij denkt dat als hij een wat in zijn eigen ogen “voldoende poging” is maakt, dat hij God de schuld kan geven voor wat er ook gebeurt. Geloof in God is niet iets wat je “probeert”, om te zien OF het “werkt”. Iemand die geloof heeft in de beloften van God heeft zijn geloof in al het andere AL verworpen. En Jezus zeide…: Niemand, die zijn hand aan den ploeg slaat, en ziet naar hetgeen achter is, is bekwaam tot het Koninkrijk Gods (Lukas 9:62). Jezus zei niet TERUG GAAN, maar ziet naar hetgeen achter is. Zien naar hetgeen achter is is “in gedachten houden” wat je kan of zal doen VOOR HET GEVAL DAT “geloof” niet werkt. Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden (Matt. 7:14). Je zou niet verbaasd moeten zijn als je niet veel VOORBEELDEN van succes in deze dingen ziet tussen de Christenen om je heen. Zelfs als er zulke VOORBEELDEN ZIJN, zou je niet in staat kunnen zijn om ze te zien.

 

1 Cor.2:11,14         Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods.

14      Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.

 

         Zij die beweren dat ze DE BELOFTE ONTVANGEN hebben, kunnen de “schijn” hebben eenvoudigweg slechts goed bedeeld te zijn door toevallige gebeurtenissen. Een mens bad voor geld, zijn ouders overleden en hij ontving een erfenis. Een mens bad voor genezing; hij ging ook naar de dokter, maar God genas hem toch. God geeft geen TEKENEN om mensen te overtuigen Hem te geloven: TEKENEN volgen hen die al geloofd zullen hebben (Markus 16:17). Als je jouw eigen falen om de beloften te ontvangen rechtvaardigt door te zeggen “Nou ja, niemand heeft ze ontvangen” dan bedrieg je jezelf. IEMAND HEEFT ZE ONTVANGEN, EN ZIJ WETEN DAT HET ZO IS, zelfs als ze het je niet kunnen bewijzen. Het oog, het oor en het hart van de natuurlijke mens KUNNEN de dingen van de Geest Gods NIET “zien”, ZELFS als ze recht voor Hem zijn. We worden aangeraden te vermijden onszelf te vergelijken met de “meerderheid” als een manier om onze eigen mate van succes in het “leven” van het Christelijk geloof te “rechtvaardigen’:

 

2 Cor.10:12            Want wij durven onszelven niet rekenen (tot de meerderheid) of vergelijken met sommigen, die zichzelven prijzen; maar deze verstaan niet, dat zij zichzelven met zichzelven meten, en zichzelven met zichzelven vergelijken.

 

         De woorden “verstaan niet” zijn letterlijk “begrijpen niet”. Ze “VATTEN HET NIET”. De man die denkt dat enkel een paar meer minuten uithouden hem zullen excuseren van enige verdere verplichting om afhankelijk te zijn van de beloften, of deze te ontvangen, is net als de man die kijkt naar BEWIJS van de BETROUWBAARHEID van de beloften bij andere mensen. Want die mens mene niet, dat hij iets ontvangen zal van den Heere (Jakobus 2:7). Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen? (Rom. 3:3). Maar zij die de beloften wel ontvangen, zullen vervolgd worden door hen die ze niet ontvangen, dus maak je klaar voor het verdragen van…

 

Kain’s Jaloersheid

 

1 Joh. 3:11-12        Want dit is de verkondiging, die gij van den beginne gehoord hebt, dat wij elkander zouden liefhebben.

12      Niet gelijk Kain, die uit den boze was, en zijn broeder doodsloeg; en om wat oorzaak sloeg hij hem dood? Omdat zijn werken boos waren, en van zijn broeder rechtvaardig.

 

         Hoe weten we dat Kain’s werken boos waren? We weten het omdat God Kain’s religie niet bevestigde!

         Zou iemand BEWEREN de beloften te ONTVANGEN, en ook SCHIJNEN de beloften te ONTVANGEN; dan gaan zij GEHAAT, GELASTERD en VERWORPEN worden door al degenen die WETEN dat ZIJZELF HET “EVANGELIE” VAN OVERGAVE aangehangen hebben. Zou iemand het wagen zich te onderscheiden van de meerderheid; en dan zowel de vervulling van deze beloften zou claimen als laten zien; dan zal deze waarschijnlijk van magie beschuldigd worden, of voor valse profeet uitgemaakt worden. Zelfs Jezus werd er van beschuldigd duivelen uit te werpen doo